ECLI:NL:RBDHA:2026:10466
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Kroatië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 21 april 2026 behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien de rechtbank reeds op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.16579), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok en uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.