Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:1049

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/686027 / HA ZA 25-464
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:265 BWArt. 3:60 BWArt. 7:423 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontbinding energie- en zonnepanelenovereenkomsten wegens ontbreken tekortkoming

Collectief Belang heeft twee overeenkomsten gesloten met [bedrijf] voor de levering en installatie van zonnepanelen en de collectieve inkoop van energiecontracten voor bedrijfsgebouwen en privéwoningen. De kern van het geschil betreft de uitleg van de overeenkomsten, met name de vraag of Collectief Belang gedurende 25 jaar bevoegd is om namens [bedrijf] energiecontracten af te sluiten zonder dat [bedrijf] hierover overleg voert of instemt.

De rechtbank stelt vast dat de overeenkomsten onduidelijk zijn en dat de bepalingen over de machtiging en volmacht niet ondubbelzinnig zijn. De vinkjes onder de machtigingsverklaring zijn niet door [bedrijf] gezet, maar door een medewerker van Collectief Belang. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat [bedrijf] akkoord is gegaan met een dergelijke langdurige en verstrekkende bevoegdheid voor Collectief Belang, zeker ook gezien de betrokkenheid van derden bij de privéwoningen.

Gelet op deze onduidelijkheden en de betwisting door [bedrijf] concludeert de rechtbank dat Collectief Belang onvoldoende heeft aangetoond dat [bedrijf] heeft ingestemd met de door haar voorgestane uitleg. Daarom is er geen sprake van een tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt. Ook de vordering tot betaling van openstaande facturen voor een gascontract wordt afgewezen omdat dit contract niet namens [bedrijf] had mogen worden afgesloten.

De rechtbank wijst alle vorderingen van Collectief Belang af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot ontbinding en betaling af wegens het ontbreken van een tekortkoming en onvoldoende instemming met de energiecontracten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/686027 / HA ZA 25-464
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
COLLECTIEF BELANG B.V.te Schoonhoven,
eiseres,
hierna te noemen: Collectief Belang,
advocaat: mr. J.L.J.J. Nelissen,
tegen
[bedrijf] B.V.te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. A. Buth.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 13 mei 2025 met producties 1 tot en met 16;
- de conclusie van antwoord van 27 augustus 2025 met producties 1 tot en met 11;
- de akte van Collectief Belang van 4 december 2025 met producties 18 tot en met 24;
- de akte van [bedrijf] van 4 december 2025 met producties 12 tot en met 14; en
- de akte van [bedrijf] van 12 december 2025 met productie 15.
1.2.
Op 15 december 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
Op 7 juli 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] plaatsgevonden over het plaatsen van zonnepanelen op de bedrijfsgebouwen van [bedrijf] .
2.2.
Op 13 oktober 2020 heeft [naam 1] een offerte van Collectief Belang ondertekend voor de levering van zonnepanelen, dienstverlening met betrekking tot het monitoren en onderhouden van de zonnepanelen en dienstverlening met betrekking tot de collectieve inkoop van energiecontracten. Deze overeenkomst had betrekking op bedrijfsgebouwen van [bedrijf] (hierna: de bedrijfsgebouwen).
2.3.
Op 6 november 2020 heeft Collectief Belang per e-mail de opdracht aan [bedrijf] bevestigd. Collectief Belang heeft als bijlage een ondertekende offerte en haar algemene voorwaarden bijgevoegd. In de offerte staat op pagina 8 vermeld:

Leveringscontract(en) elektriciteit en gas
Gedurende de looptijd van deze overeenkomst faciliteren wij ook uw (terug)leveringscontracten voor gas en elektriciteit. Wij monitoren de energiemarkt dagelijks en bij het afsluiten van (terug)leveringscontracten bepalen wij het meest gunstige inkoopmoment en de daarbij behorende looptijd (maximaal 5 jaar vooruit). (…)
Op pagina 10 zijn onderstaande bepalingen aangekruist:

Akkoordverklaring en machtiging
Hierbij machtig ik Collectief Belang om: (…)
Leverings- en terugleveringsovereenkomsten voor elektriciteit en gas af te sluiten met een door Collectief Belang geselecteerde leverancier conform de vermelde voorwaarden en bedragen, zodat de opdracht tot levering en teruglevering van elektriciteit en gas namens mij wordt gegeven aan deze leverancier. Ik stem in met de mij verstrekte algemene voorwaarden van de leverancier.
(…)
Hierbij ga ik akkoord met: (…)
De mij verstrekte algemene voorwaarden van Collectief Belang, die van toepassing zijn op werkzaamheden en diensten van Collectief Belang die niet vallen onder de overeenkomsten met de hierboven vermelde, geselecteerde bedrijven.
In artikel 3 van Pro de algemene voorwaarden is het volgende vermeld:

ARTIKEL 3. VOLMACHT
1. Door ondertekening van de offerte verleent Afnemer Collectief Belang voor de duur van de Overeenkomst een volmacht om namens hem Energie- en Leveranciersovereenkomsten met een Leverancier te sluiten, (…).
In artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden is het volgende vermeld:

ARTIKEL 6. VERSCHULDIGDE VERGOEDINGEN, FACTURATIE EN BETALING
1. Afnemer is voor deelname aan het inkoopcollectief van gas en elektriciteit aan Collectief Belang voor de duur van de Overeenkomst een kwartaalbijdrage per aansluiting gas en/of elektriciteit aan Collectief Belang verschuldigd, gebaseerd op het gemiddeld jaarvolume van zowel levering als teruglevering, (…).
In artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden is het volgende vermeld:

ARTIKEL 15. DUUR VAN DE OVEREENKOMST EN BEËINDIGING
(…)
5. Indien Afnemer een door haar afgegeven machtiging aan Collectief Belang, dan wel een Energie- en/of Leveranciers- en/of Overeenkomst, geheel of gedeeltelijk annuleert c.q. (voortijdig) opzegt c.q. beëindigt, dan zijn de op dat moment nog openstaande, alsmede de gedurende de resterende duur van de contractperiode door Afnemer verschuldigde vergoedingen uit hoofde van de Energie- en/of Leveranciers- en/of Overeenkomst onmiddellijk opeisbaar met inachtneming van een jaarlijkse indexatie van 2% vanaf de datum van de overeenkomst. Daarnaast is Collectief Belang gerechtigd een bedrag aan Afnemer in rekening te brengen voor de gemiste inkoopvolumes van zowel levering als teruglevering gedurende de resterende contractperiode. (…)
6. Collectief Belang is bevoegd de Overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk te ontbinden indien:
a.
a) Afnemer zijn verplichtingen uit de Energie- en/of Leveranciers- en/of Overeenkomst niet (tijdig) of niet behoorlijk nakomt; (…)”
2.4.
In 2021 hebben Collectief Belang en [bedrijf] gesproken over het plaatsen van zonnepanelen op acht woningen (hierna: de privéwoningen).
2.5.
Op 3 november 2021 heeft Collectief Belang per e-mail aan [bedrijf] een opdrachtbevestiging gestuurd. De opdracht ziet op de levering van zonnepanelen, dienstverlening met betrekking tot het monitoren en onderhouden van de zonnepanelen en dienstverlening met betrekking tot de collectieve inkoop van energiecontracten voor de privéwoningen. Collectief Belang heeft als bijlage een ondertekende offerte en haar algemene voorwaarden bijgevoegd. Deze algemene voorwaarden zijn – hoewel anders genummerd – inhoudelijk gelijk aan de hiervoor geciteerde algemene voorwaarden.
2.6.
Op 14 februari 2024 heeft Collectief Belang [bedrijf] verzocht de einddata van de energiecontracten voor de privéwoningen door te geven, zodat Collectief Belang voor deze privéwoningen nieuwe energiecontracten kon afsluiten. [bedrijf] heeft gereageerd dat zij voor de privéwoningen geen afspraken met Collectief Belang heeft.
2.7.
Op 26 juli 2024 heeft Collectief Belang aan [bedrijf] gemeld dat Collectief Belang een energiecontract voor [bedrijf] bij Gulf Gas and Power had afgesloten. In reactie op dit bericht heeft [bedrijf] gemeld geen gebruik te willen maken van het energiecontract, omdat [bedrijf] zelf wil beslissen over de tarieven en de voorwaarden.

3.Het geschil

3.1.
Collectief Belang vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de overeenkomsten met betrekking tot de bedrijfsgebouwen en de privéwoningen ontbindt;
[bedrijf] veroordeelt tot betaling van € 291.762,93, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand dan wel de wettelijke handelsrente;
[bedrijf] veroordeelt tot betaling van € 273.718,82, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand dan wel de wettelijke handelsrente;
[bedrijf] veroordeelt tot betaling van € 207,07, te vermeerderen met de contractuele rente dan wel de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten;
[bedrijf] veroordeelt tot betaling van € 4.602,41 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
[bedrijf] veroordeelt in de kosten van de procedure.
3.2.
Collectief Belang legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij de overeenkomst ten aanzien van de bedrijfsgebouwen en de overeenkomst ten aanzien van de privéwoningen (hierna samen: de overeenkomsten) op grond van de algemene voorwaarden dan wel op grond van artikel 6:265 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan ontbinden, omdat [bedrijf] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten. Als gevolg van de ontbinding is [bedrijf] een beëindigingsvergoeding op grond van de algemene voorwaarden dan wel een schadevergoeding verschuldigd. Daarnaast vordert [bedrijf] betaling van twee kwartaalbijdrages met betrekking tot een gascontract voor één van de bedrijfsgebouwen.
3.3.
[bedrijf] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Collectief Belang in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen hebben twee overeenkomsten gesloten voor de plaatsing van zonnepanelen, namelijk voor de bedrijfsgebouwen en voor de privéwoningen. De overeenkomsten bevatten naast de aanschaf van zonnepanelen ook afspraken over dienstverlening. Het debat tussen partijen heeft zich toegespitst op de handtekeningen onder de overeenkomsten, omdat [bedrijf] van een aantal handtekeningen de echtheid heeft betwist. De rechtbank zal deze kwestie echter in het midden laten, omdat - ook als zou worden aangenomen dat alle handtekeningen door [bedrijf] zijn gezet – de vorderingen worden afgewezen. De rechtbank licht dat hierna verder toe. Daarbij gaat zij er veronderstellenderwijs van uit dat de algemene voorwaarden tijdig aan [bedrijf] zijn verstrekt, al bestaat ook daarover discussie tussen partijen.
Wat zijn partijen overeengekomen?
4.2.
De belangrijkste vraag die partijen verdeeld houdt is welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen.
4.3.
De stellingen van Collectief Belang komen erop neer dat partijen zijn overeengekomen dat (i) Collectief Belang voor de duur van 25 jaar bevoegd is om energiecontracten af te sluiten voor de bedrijfsgebouwen en de privéwoningen, (ii) terwijl [bedrijf] gedurende die termijn niet bevoegd is energiecontracten aan te gaan of te beëindigen en (iii) [bedrijf] zonder overleg dient in te stemmen met de voorwaarden waaronder Collectief Belang energiecontracten voor haar afsluit.
4.4.
[bedrijf] heeft betwist dat zij hiermee heeft ingestemd. Zij heeft aangevoerd dat de overeenkomsten vooral zagen op de installatie van zonnepanelen. Collectief Belang zou daarnaast de energiemarkt monitoren en in overleg met [bedrijf] energiecontracten voor [bedrijf] kunnen afsluiten.
4.5.
Volgens de vaste rechtspraak van de Hoge Raad komt het bij de uitleg van overeenkomsten aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomsten mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
4.6.
Bij de uitleg van de overeenkomsten neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat over de algemene bedingen in de overeenkomsten en over de algemene voorwaarden nauwelijks is onderhandeld. In de overeenkomsten ligt de nadruk op de installatie van de zonnepanelen en het rendement dat de panelen zullen opleveren. Verder zijn keuzes gemaakt over het aantal zonnepanelen en de bijbehorende serviceverplichtingen. Over de algemene voorwaarden is in het geheel niet onderhandeld.
4.7.
Door de structuur van de overeenkomsten is het lastig om de inhoud van de rechten en verplichtingen van partijen vast te stellen. In de overeenkomsten zelf wordt gesproken over het ‘faciliteren’ van energiecontracten, ten behoeve waarvan een machtiging wordt afgegeven. Onder het kopje ‘akkoordverklaring en machtiging’ staat te lezen wat die machtiging inhoudt, namelijk het afsluiten van energiecontracten ten behoeve van [bedrijf] , waarbij [bedrijf] bij voorbaat instemt met de voorwaarden van de energieleverancier (welke voorwaarden zij dan nog niet kent). Pas uit de algemene voorwaarden wordt duidelijk dat [bedrijf] daardoor niet langer bevoegd is om zelf te beslissen over haar energiecontracten.
4.8.
Bovendien is het begrip ‘machtiging’ in deze context onduidelijk. Met ‘machtiging’ wordt doorgaans een volmacht (artikel 3:60 BW Pro) bedoeld: een bevoegdheid die de volmachtgever verleent aan een ander om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Collectief Belang legt deze machtiging echter zo uit dat dat alleen zij, en niet langer [bedrijf] , bevoegd is om de betreffende rechtshandelingen te verrichten. Daarmee vult zij het begrip machtiging in als ware het een ‘privatieve last’ (artikel 7:423 BW Pro): een bevoegdheid die de lasthebber toekomt om een aan de lastgever toekomend recht uit te oefenen met uitsluiting van de lastgever. Deze betekenis blijkt echter niet uit de tekst van de overeenkomsten en evenmin uit de tekst van de algemene voorwaarden. Vanwege deze onduidelijkheid zal de rechtbank de bepalingen in de overeenkomsten uitleggen in het nadeel van Collectief Belang, die de bepalingen heeft opgesteld.
4.9.
Tegelijk zijn de gevolgen van de door Collectief Belang voorgestane uitleg heel verstrekkend. [bedrijf] zou gedurende een periode van 25 jaren gebonden zijn aan energiecontracten die Collectief Belang voor haar afsluit, zonder dat met haar wordt overlegd over tarieven, looptijden en voorwaarden. Als [bedrijf] toch van een tegen haar zin gesloten energiecontract af zou willen en het zou opzeggen, dan zou Collectief Belang aanspraak kunnen maken op een hoge beëindigingsvergoeding, zoals in deze zaak is gevorderd.
4.10.
[bedrijf] heeft er in dit verband terecht op gewezen dat de overeenkomst voor de privéwoningen ziet op woningen die grotendeels toebehoren aan derden. Hoewel een aantal van deze derden zakelijk of persoonlijk zijn gelieerd aan [bedrijf] , is het moeilijk voorstelbaar dat [bedrijf] ermee zou instemmen dat Collectief Belang gedurende 25 jaar de energiecontracten zou afsluiten ten behoeve van alle eigenaren van de privéwoningen, zonder dat daarover met deze eigenaren zou worden overlegd. Deze omstandigheid wijst er naar het oordeel van de rechtbank op dat [bedrijf] de overeenkomsten bij het aangaan ervan anders heeft uitgelegd dan de uitleg die Collectief Belang daaraan in deze procedure heeft gegeven.
4.11.
De wijze waarop ondertekening heeft plaatsgevonden maakt de onduidelijkheid eerder groter dan kleiner. De vinkjes onder het kopje ‘akkoordverklaring en machtiging’ zijn namelijk niet gezet door [bedrijf] , maar door een medewerker van Collectief Belang – namelijk de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Zelfs als de handtekening onderaan die pagina is gezet door [bedrijf] , dan is naar het oordeel van de rechtbank onduidelijk of [bedrijf] ondubbelzinnig heeft ingestemd met alle daarboven aangevinkte elementen. In een schriftelijke verklaring heeft [naam 3] weliswaar verklaard dat hij tijdens gesprekken de werking van de overeenkomsten met [bedrijf] heeft besproken, maar daartegenover staan de verklaringen van de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] die dit betwisten. Anders dan Collectief Belang heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat zij die verklaringen niet zelf hebben geschreven. Bovendien hebben zij door hun handtekening onder die verklaringen te plaatsen de inhoud ervan voor hun rekening genomen. Gelet op deze verklaringen komt aan de verklaring van [naam 3] geen gewicht toe.
4.12.
Het voorgaande betekent – samengevat – dat over de betreffende bedingen in de overeenkomsten niet is onderhandeld, dat de structuur van de bepalingen verwarrend is en de gebruikte begrippen onduidelijk, terwijl de gevolgen van de uitleg van Collectief Belang heel verstrekkend zijn, ook voor een aantal derden. Daar komt bij dat de vinkjes bij de betreffende machtigingen niet door [bedrijf] zijn gezet maar door Collectief Belang.
4.13.
Gelet op dit alles concludeert de rechtbank dat Collectief Belang – gelet op de gemotiveerde betwisting door [bedrijf] – onvoldoende heeft onderbouwd dat [bedrijf] ermee heeft ingestemd dat zij gedurende 25 jaar niet bevoegd is energiecontracten aan te gaan of te beëindigen en dat zij zonder overleg dient in te stemmen met de voorwaarden waaronder Collectief Belang energiecontracten voor haar afsluit.
Wat betekent dit voor de vorderingen?
4.14.
Collectief Belang verwijt [bedrijf] – kort gezegd – dat hij weigert in te stemmen met nieuwe energiecontracten die Collectief Belang voor haar wil sluiten. In het licht van het voorgaande kan dit echter niet worden aangemerkt als een tekortkoming in de contractuele verplichtingen van [bedrijf] . Er is dus geen grond voor ontbinding. Dat betekent dat de vorderingen tot ontbinding en tot betaling van de contractuele beëindigingsvergoeding dan wel schadevergoeding moeten worden afgewezen. De overige verweren van [bedrijf] op dit punt behoeven daarom ook geen bespreking.
4.15.
Collectief Belang heeft nog betaling gevorderd van twee openstaande facturen uit hoofde van een gascontract voor de woning aan het adres [adres] . [bedrijf] heeft aangevoerd dat deze gasaansluiting behoort tot de bedrijfswoning die eigendom is van de grootouders van de heer [naam 4] (hierna: de grootouders) en door hen wordt bewoond. Collectief Belang heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat het niet de bedoeling van partijen was dat Collectief Belang energiecontracten zou sluiten voor de door de grootouders bewoonde bedrijfswoning. Dit betekent dat op [bedrijf] geen verplichting rustte om in te stemmen met het betreffende gascontract en dat Collectief Belang niet was gemachtigd om dit gascontract namens [bedrijf] af te sluiten. [bedrijf] is deze factuurbedragen daardoor niet verschuldigd, zodat de vorderingen moeten worden afgewezen.
4.16.
Nu de hoofdvorderingen van Collectief Belang niet worden toegewezen, zijn de nevenvorderingen ook niet toewijsbaar.
4.17.
Collectief Belang is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [bedrijf] worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.043,00
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst de vorderingen van Collectief Belang af;
5.2.
veroordeelt Collectief Belang in de proceskosten van € 14.043,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Collectief Belang niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt Collectief Belang tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart de veroordelingen onder 5.2. en 5.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Sturm en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
3669