Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10504

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/09/700664 / FA RK 26-2132
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening opvolgende rechterlijke machtiging voor verblijf cliënt met ernstige verstandelijke beperking

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar voor de cliënt, die lijdt aan een ernstige verstandelijke beperking met bijkomende psychische stoornissen. De cliënt verblijft momenteel in een gespecialiseerde accommodatie en ontvangt intensieve 24-uurszorg.

Tijdens de zitting op 24 maart 2026 werd namens de cliënt verzocht om een kortere machtiging van één jaar, omdat twee jaar als te lang en onoverzienbaar werd ervaren. De arts bevestigde de ernstige zorgbehoefte en het fysieke en verbale verzet van de cliënt tegen de zorg. Bezoek aan familie vindt incidenteel plaats, maar volledige terugkeer naar huis is niet haalbaar.

De rechtbank oordeelde dat de criteria voor verlening van de machtiging volgens de Wet zorg en dwang (Wzd) zijn vervuld, gezien het ernstig nadeel door de verstandelijke beperking en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De machtiging wordt daarom voor twee jaar verleend, waarbij het verzoek tot een kortere duur wordt afgewezen vanwege de belasting van zittingen en het belang van continuïteit in de zorg.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor twee jaar voor het verblijf van de cliënt in een gespecialiseerde accommodatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/700664 / FA RK 26-2132
Datum beschikking: 24 maart 2026

Opvolgende rechterlijke machtiging

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënte] ,
hierna te noemen: cliënte,
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie ’ [accomodatie] , afdeling [afdeling] te [plaats] ,
advocaat: mr. C.R.D. Kommer te Den Haag.

ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 maart 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
13 mei 2022;
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 4 februari 2026;
- de op 16 februari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, J. Steemers, die cliënte met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- het zorgplan van 17 februari 2026;
- het uittreksel uit het curateleregister;
- het afschrift van de beschikking waarbij curatorschap is ingesteld.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënte, bijgestaan door haar advocaat en tolk H.N. Kösen-Altun;
- arts, [naam 1] ;
- gedragswetenschapper, [naam 2] ;
- een verpleegkundige van de afdeling.

Standpunten ter zitting

Namens cliënte is aangegeven dat cliënte liever niet hier wil verblijven. Zij wil liever naar haar familie. Er zijn kleine stapjes vooruitgezet, cliënte gaat nu op bezoek bij familie. Er wordt verzocht om de rechterlijke machtiging voor een kortere duur uit te spreken omdat twee jaar erg lang en onoverzienbaar is voor cliënte. Bij een kortere machtiging is er eerder een beoordelingsmoment waar kan worden bekeken hoe het gaat met cliënte.
De arts geeft aan dat cliënte een ernstige verstandelijke beperking heeft. Zij heeft intensieve zorg nodig die in de thuissituatie niet kan worden geboden. Er is sprake van zowel verbaal als fysiek verzet. Het afgelopen half jaar gaat cliënte af en toe een dag (zonder overnachting) op bezoek bij familie.

Beoordeling

Op 25 april 2025 is door de rechtbank een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 7 april 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een ernstige verstandelijke beperking gepaard gaand met een emotieregulatiestoornis en een vermoeden van een trauma
.
Deze verstandelijke handicap die gepaard gaat met een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënte heeft 24-uurs zorg nodig in verband met haar ernstige verstandelijke beperking. Er is sprake van een beperkt ziekte-inzicht. Zij is niet in staat om voor zichzelf te zorgen of haar gedrag en emoties te reguleren. Cliënte verzet zich dagelijks, verbaal en fysiek, tegen de zorg die voor haar noodzakelijk is bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Cliënte weigert ook vaak voeding, wat risico’s oplevert voor haar gezondheid in verband met haar diabetes mellitus.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënte zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënte verzet zich dagelijks en probeert om weg te lopen zodra zij de kans krijgt.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van twee jaar.
Namens cliënte is bepleit om de rechterlijke machtiging voor een kortere duur, te weten een jaar, te verlenen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de zittingen voor cliënte heel belastend zijn. Het is daarom in haar belang dat zij hier niet meer dan noodzakelijk mee te maken krijgt. Gelet op de zorgbehoefte van cliënte is er geen perspectief dat zij in de toekomst weer (volledig) thuis bij haar familie kan wonen. De rechterlijke machtiging staat niet in de weg aan familiebezoek of aan uitbreiding daarvan, dus daarvoor is het niet nodig dat er eerder dan over twee jaar een toetsingsmoment plaatsvindt.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënte]
,
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 maart 2028.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2026.