Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar voor de cliënt, die lijdt aan een ernstige verstandelijke beperking met bijkomende psychische stoornissen. De cliënt verblijft momenteel in een gespecialiseerde accommodatie en ontvangt intensieve 24-uurszorg.
Tijdens de zitting op 24 maart 2026 werd namens de cliënt verzocht om een kortere machtiging van één jaar, omdat twee jaar als te lang en onoverzienbaar werd ervaren. De arts bevestigde de ernstige zorgbehoefte en het fysieke en verbale verzet van de cliënt tegen de zorg. Bezoek aan familie vindt incidenteel plaats, maar volledige terugkeer naar huis is niet haalbaar.
De rechtbank oordeelde dat de criteria voor verlening van de machtiging volgens de Wet zorg en dwang (Wzd) zijn vervuld, gezien het ernstig nadeel door de verstandelijke beperking en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De machtiging wordt daarom voor twee jaar verleend, waarbij het verzoek tot een kortere duur wordt afgewezen vanwege de belasting van zittingen en het belang van continuïteit in de zorg.