Verzoeker, een persoon die vanuit het buitenland naar Nederland is gevlucht, heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen bij Koninklijk Besluit. In de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage ontbreekt een geboorteakte van verzoeker. Verzoeker verzoekt de rechtbank om de noodzakelijke geboortegegevens vast te stellen voor het opmaken van een geboorteakte.
De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift, correspondentie tussen verzoeker en de ambtenaar van de burgerlijke stand, en de registratie in de Basisregistratie Personen (BRP). De ambtenaar heeft uiteindelijk geen bezwaar tegen de vaststelling van de geboortegegevens zoals door verzoeker verzocht.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikt over een geboorteakte die volgens de plaatselijke voorschriften is opgemaakt en dat hij deze ook niet kan verkrijgen vanwege zijn vlucht uit het buitenland. De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. De geboorteplaats wordt vastgesteld zoals door verzoeker verzocht, ondanks een eerdere suggestie van de ambtenaar om een andere geboorteplaats te registreren.
De rechtbank besluit de naam, geboortedatum, geboorteplaats en het geslacht van verzoeker vast te stellen zoals verzocht, zonder oudergegevens vast te stellen omdat daarvoor geen verzoek is gedaan. De beschikking is uitgesproken op 24 maart 2026 door rechter A.M. Brakel.