Eiseres, een projectontwikkelaar, vordert dat gedaagden het bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor een woning- en bedrijfsproject in Leiden intrekken. Gedaagden, eigenaren van een woonark, stelden dat de verkrijging van percelen onrechtmatig was en dat de overeenkomsten vernietigd konden worden wegens dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat gedaagden als belanghebbenden bezwaar mogen maken, maar dat het bezwaar evident kansloos is en misbruik van recht vormt. De gestelde bedreigingen en onrechtmatigheden zijn onvoldoende onderbouwd en de vaststellingsovereenkomst, die geheimhouding en afstand van vernietiging bevat, blijft onverkort van kracht. Het bezwaar schaadt de reputatie van eiseres en vertraagt het project.
De voorzieningenrechter beveelt gedaagde 1 om het bezwaar uiterlijk 16 april 2026 in te trekken en bepaalt dat bij niet-naleving het vonnis dezelfde kracht krijgt als een akte tot intrekking. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. De vordering tegen gedaagde 2 wordt afgewezen wegens formele redenen, maar ook materieel geacht in het ongelijk gesteld.