ECLI:NL:RBDHA:2026:10531

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16184
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur indienen tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 mei 2025. Volgens de wet moet een ingebrekestelling aan de minister worden gestuurd, waarna een termijn van 14 dagen geldt om alsnog te beslissen. Pas na het verstrijken van deze termijn kan beroep worden ingesteld.

De minister ontving de ingebrekestelling op 23 februari 2026, waarna de termijn tot 9 maart 2026 liep. Eiser diende het beroep echter al in op 3 maart 2026, waardoor het beroep prematuur was en niet ontvankelijk kon worden verklaard.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het af zonder inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier A.W. Landman en is gepubliceerd op Rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16184

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 27 mei 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moet eiser de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat hij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen. [2]
3. Op 24 februari 2026 heeft verweerder laten weten de ingebrekestelling van eiser op 23 februari 2026 te hebben ontvangen. Als er na 14 dagen geen besluit is genomen, kan eiser beroep indienen. Deze termijn verliep op 9 maart 2026. Het beroep is ingediend op 3 maart 2026, het beroep niet tijdig beslissen is prematuur ingediend.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

- De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.