Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10565

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
NL25.11210 en NL24.43117
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VwArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvolledig medisch advies bij weigering uitstel van vertrek

Eiseres heeft meerdere keren uitstel van vertrek gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege een medische noodsituatie veroorzaakt door ernstige bloedarmoede die behandeling met hyperbare zuurstof vereist. In het bestreden besluit heeft de minister het uitstel geweigerd op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van oktober 2024, waarin werd gesteld dat geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden te verwachten is en dat eiseres in staat is te reizen.

Eiseres betwistte dit advies en stelde dat de behandeling met hyperbare zuurstof niet was afgerond en dat zij nog steeds behandeling nodig had, wat niet was meegenomen in het advies. De rechtbank oordeelt dat er onduidelijkheid bestaat over de volledigheid en actualiteit van het medische advies, omdat het niet duidelijk is waarom eerdere adviezen die een medische noodsituatie voorspelden, zijn vervangen door een advies dat dit niet bevestigt, terwijl eiseres nog steeds behandeling ondergaat.

De rechtbank stelt dat de minister zich had moeten vergewissen van de verschillen tussen de adviezen en dat eiseres voldoende punten heeft aangevoerd om aan de juistheid van het advies te twijfelen. Daarom is het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvolledig medisch advies.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.11210 (beroep)
NL24.43117 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , eiseres en verzoekster, hierna eiseres

(gemachtigde: mr. M.B.J. Strooij),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van eiseres om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw [1] afgewezen.
Het bezwaar van eiseres tegen dat besluit heeft de minister in het besluit van 7 februari 2025 (het bestreden besluit) kennelijk ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres heeft ook aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt niet te worden uitgezet totdat op haar beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen bijgestaan door mr. J.C.E. Hoftijzer (waarnemer van de gemachtigde van eiseres) en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om vrijstelling voor het betalen van het griffierecht vanwege betalingsonmacht. De rechtbank wijst dat verzoek toe. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.
2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die daartoe zijn aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna zal zij verder toelichten hoe zij tot dat oordeel is gekomen en welke gevolgen dat oordeel heeft.
Achtergrond
4. Op 13 januari 2021 heeft eiseres een eerste aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Aan eiseres is bij beschikking van 26 maart 2021 uitstel van vertrek verleend, te weten vanaf 11 februari 2021 tot 11 februari 2022, aan de hand van het BMA [2] -advies van 25 maart 2021. Uit dat advies blijkt dat er een medische noodsituatie, door zeer ernstige bloedarmoede wat kan leiden tot levensbedreigende complicaties, op korte termijn wordt verwacht bij uitblijven van de medische behandeling met hyperbare zuurstof en dat in het land van herkomst, Suriname, de noodzakelijke medische behandeling niet aanwezig is.
4.1.
Bij besluit van 14 februari 2022 is aan eiseres nogmaals uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw, van 14 februari 2022 tot 14 augustus 2022.
4.2.
Op 25 mei 2022 is er een nieuw BMA-advies uitgebracht. Ook uit dat advies blijkt dat er een medische noodsituatie op korte termijn wordt verwacht bij uitblijven van de medische behandeling met hyperbare zuurstof en dat in het land van herkomst de noodzakelijke medische behandeling niet aanwezig is. Bij besluit van 1 juni 2022 is aan eiseres nogmaals uitstel van vertrek verleend van 5 mei 2022 tot 5 mei 2023.
De besluitvorming
5. In het primaire besluit, gehandhaafd in het bestreden besluit, heeft de minister geoordeeld dat eiseres niet meer in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Op 30 oktober 2024 heeft het BMA een advies uitgebracht. Hieruit blijkt dat bij het uitblijven van de medische behandeling geen medische noodsituatie binnen een termijn van drie tot zes maanden wordt verwacht. Er zullen binnen die termijn geen levensbedreigende gevolgen van bloedarmoede ontstaan. Uit het advies blijkt verder dat eiseres in staat is om te reizen. Er zijn wel aanwijzingen dat enige medische voorzieningen noodzakelijk zijn. Voorafgaand aan de reis moet het Hb [3] van eiseres bepaald worden. Als dit lager is dan 5,5 mmol/l wordt er een fit to fly [4] door een arts met ervaring in luchtvaartgeneeskunde geadviseerd.
4.1.
In bezwaar heeft eiseres een brief overgelegd van de polikliniek Hyperbare Geneeskunde van Amsterdam UMC waaruit blijkt dat zij op een wachtlijst is geplaatst voor behandeling bij die polikliniek, Uit die brief blijkt volgens de minister niet dat de gezondheidssituatie van eiseres is verslechterd of dat er sprake is van een veranderde medische situatie na het advies van 30 oktober 2024.
Beroepsgronden
5. Eiseres voert aan dat is miskend dat de opnieuw benodigde behandelingen van eiseres met hyperbare zuurstof een nieuwe ontwikkeling is die laat zien dat het medisch advies van het BMA niet meer actueel is, immers is in dat advies gesteld dat de behandeling met hypebare zuurstof was afgerond. De minister had dan ook een nieuw BMA-advies moeten aanvragen.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank overweegt dat het EHRM [5] in haar rechtspraak heeft benadrukt dat de drempel voor een beroep op artikel 3 van Pro het EVRM [6] in medische zaken hoog is. Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden is uitzetting door een medische toestand in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM.
6.1.
De minister neemt alleen een reëel risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM aan als blijkt dat het achterwege blijven van een medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie. Onder een medische noodsituatie wordt verstaan de situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. [7]
6.2.
Om dit te beoordelen vraagt de minister advies aan het BMA. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling [8] is een advies van het BMA een deskundigenadvies. Het BMA-advies moet op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze zijn opgesteld. Als het advies aan deze eisen voldoet mag de minister bij de beoordeling van een aanvraag van het advies uitgaan, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies. [9] Het is aan eiseres om die punten naar voren te brengen.
7. De rechtbank overweegt dat het BMA op 25 maart 2021 en 25 mei 2022 een medisch advies heeft uitgebracht waaruit blijkt dat eiseres in een medische noodsituatie terecht zou komen als zij naar Suriname zou worden teruggestuurd, omdat in dat land geen hyperbare zuurstofbehandeling aanwezig is en eiseres op dat moment die behandeling onderging. In het advies van 25 mei 2022 neemt het BMA als uitgangspunt dat eiseres op dat moment hyperbare zuurstoftherapie krijgt [10] . Vraag 3 van het advies luidt:
“Kunt u aangeven wat in de huidige situatie de te verwachten medische gevolgen zullen zijn bij uitblijven van de onder 2b genoemde behandeling?”
Het antwoord luidde:
“Bij achterwege blijven van behandeling zullen de klachten persisteren dan wel toenemen met risico voor zeer ernstige bloedarmoede wat kan leiden tot levensbedreigende complicaties.”
De rechtbank leidt hieruit af dat het BMA toen vond dat een medische noodsituatie ontstaat als eiseres behandeling met hyperbare zuurstof ondergaat en die zou moeten afbreken.
7.1.
In het medische advies van 30 oktober 2024, dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit, is vastgesteld dat eiseres in het voorjaar van 2024 weer is behandeld met hyperbare zuurstof en dat dit heeft geleid tot een acceptabel Hb. In dat advies is ook beoordeeld dat er geen verwachting van een medische noodsituatie is binnen de gegeven termijn. De rechtbank leest in dat advies, anders dan expliciet genoemd wordt in de eerdere medische adviezen, niet dat eiseres ten tijde van het advies nog de hyperbare zuurstofbehandeling onderging. Op de zitting heeft de minister desgevraagd gesteld dat hij in het advies leest dat de behandeling lijkt te zijn afgerond in het voorjaar van 2024 en dat dit geleid heeft tot het acceptabele Hb niveau. Eiseres heeft ter zitting gesteld dat de behandelingen niet waren afgerond in het voorjaar van 2024, maar dat deze tot en met begin 2025 hebben voortgeduurd en dat er uiteindelijk 80 behandelingen nodig waren. Eiseres is op 14 november 2024 ook weer op de wachtlijst gezet voor nieuwe behandelingen.
7.2.
De rechtbank stelt vast dat de verklaring van eiseres niet overeen lijkt te komen met het uitgangspunt in het onderhavige medische advies. In de eerdere medische adviezen was het gegeven dat eiseres op dat moment hyperbare zuurstofbehandelingen onderging de reden dat er werd beoordeeld dat zij in een medische noodsituatie terecht zou komen als zij naar Suriname werd gestuurd. De rechtbank stelt vast dat het onderhavige medisch advies niet duidelijk maakt wat het verschil in de uitkomst is met de eerdere adviezen. Er bestaat onduidelijkheid over de vraag of de behandelingen van eiseres die nog na het medische advies hebben plaatsgevonden, zijn meegenomen in het medische advies. Als dat wel zou zijn meegenomen in het advies, is het onduidelijk waarom het ondergaan van die behandelingen eerder leidde tot een medische noodsituatie en in het huidige advies niet meer. Het is aan de minister om zich ervan te vergewissen dat het advies voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende concludent is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres voldoende punten naar voren heeft gebracht om te twijfelen aan de volledigheid van het medische advies en dat de minister zich ervan had moeten vergewissen waaruit het verschil in de adviezen volgt. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
9. Nu het beroep gegrond is, bestaat er geen aanleiding meer om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank wijst dat verzoek dan ook af.
10. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van een beroepsschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.11210:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL24.43117:
- wijst het verzoek af.
De rechtbank/voorzieningenrechter, in alle zaken,
- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Bureau Medische Advisering.
3.De hemoglobinewaarde
4.Onderzoek of eiseres in staat is om veilig te reizen per vliegtuig.
5.Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
6.Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
7.Zie paragraaf A3/7.1.3. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
8.De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 10 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:974 en van 8 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3422.
10.Dat staat in het antwoord op vraag 2b in het advies