ECLI:NL:RBDHA:2026:10565
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvolledig medisch advies bij weigering uitstel van vertrek
Eiseres heeft meerdere keren uitstel van vertrek gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege een medische noodsituatie veroorzaakt door ernstige bloedarmoede die behandeling met hyperbare zuurstof vereist. In het bestreden besluit heeft de minister het uitstel geweigerd op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van oktober 2024, waarin werd gesteld dat geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden te verwachten is en dat eiseres in staat is te reizen.
Eiseres betwistte dit advies en stelde dat de behandeling met hyperbare zuurstof niet was afgerond en dat zij nog steeds behandeling nodig had, wat niet was meegenomen in het advies. De rechtbank oordeelt dat er onduidelijkheid bestaat over de volledigheid en actualiteit van het medische advies, omdat het niet duidelijk is waarom eerdere adviezen die een medische noodsituatie voorspelden, zijn vervangen door een advies dat dit niet bevestigt, terwijl eiseres nog steeds behandeling ondergaat.
De rechtbank stelt dat de minister zich had moeten vergewissen van de verschillen tussen de adviezen en dat eiseres voldoende punten heeft aangevoerd om aan de juistheid van het advies te twijfelen. Daarom is het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvolledig medisch advies.