ECLI:NL:RBDHA:2026:10570
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk in Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister heeft deze niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak behandeld en de minister gevraagd om schriftelijk te reageren op de bereidheid tot het aanbieden van een DNA-test om de biologische band tussen verzoeker en zijn gestelde zoon vast te stellen of uit te sluiten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
De uitspraak is gedaan op 10 april 2026 in het openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot overdracht aan Frankrijk wordt geschorst en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.