ECLI:NL:RBDHA:2026:10570
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk in Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak en gaf de minister de mogelijkheid om schriftelijk te reageren op de vraag of een DNA-test kan worden aangeboden om de biologische band tussen verzoeker en zijn gestelde zoon vast te stellen of uit te sluiten.
De voorzieningenrechter besloot het bestreden besluit te schorsen en bepaalde dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.868,00.
De uitspraak werd op 10 april 2026 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter M.F.A.M. Smeets, waarbij geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit van de minister om verzoeker over te dragen aan Frankrijk wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.