De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot een jaar, met het oog op ernstige zorgen over zijn gedrag en ontwikkeling. De minderjarige vertoonde zorgelijk gedrag op school, waaronder het bespreken van complottheorieën en pesterijen, en er was onvoldoende zicht op de thuissituatie. De benodigde hulpverlening was nog niet opgestart.
Tijdens de zitting, die plaatsvond met gesloten deuren, waren alleen vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig; de ouders verschenen niet, hoewel zij correct waren opgeroepen. De gecertificeerde instelling had in de afgelopen jaren nauwelijks contact kunnen krijgen met de ouders, ondanks pogingen en een eerdere schriftelijke aanwijzing.
De kinderrechter overwoog dat verdere pogingen tot samenwerking met de ouders waarschijnlijk niet succesvol zouden zijn en dat de maatregel daarom onuitvoerbaar was. Ondanks de aanhoudende zorgen over de minderjarige werd het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling afgewezen.
De beschikking werd op 25 maart 2026 uitgesproken door kinderrechter M. de Kleine. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de uitspraak, waarvoor een advocaat nodig is.