De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 25 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 11 januari 2027. Dit besluit volgt op een eerdere verlenging tot 11 april 2026 en is gebaseerd op een schriftelijke update van de gecertificeerde instelling en een zitting met gesloten deuren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek tot verlenging gemotiveerd met het beëindigen van het traject Ouderschap Blijft vanwege onrust en onduidelijkheid tussen de ouders. De moeder vertoonde grensoverschrijdend gedrag richting de minderjarige en was fysiek agressief tegenover de vader, wat leidde tot politie-ingrijpen. Dit incident heeft de emotionele veiligheid van de minderjarige geschaad, waardoor contactmomenten met de moeder zijn gepauzeerd.
De ouders communiceren niet constructief en kunnen geen gezamenlijke gezagsbeslissingen nemen, zoals het verkrijgen van een identiteitsbewijs en het nemen van een beslissing over de BMR-vaccinatie. De vrijwillige hulpverlening biedt onvoldoende waarborg voor rust en veiligheid. De kinderrechter acht daarom de ondertoezichtstelling noodzakelijk om toezicht te houden op de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige en om het contact met de moeder zorgvuldig te begeleiden.
De moeder staat wisselend achter het verzoek en werkt aan haar persoonlijke problematiek. De vader steunt het verzoek en heeft afstand genomen van de moeder uit zorg voor de minderjarige. De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door de onrust en instabiliteit en verlengt de ondertoezichtstelling voor negen maanden, met directe uitvoerbaarheid.