ECLI:NL:RBDHA:2026:10660
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 6 mei 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van een asielzoeker tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Verzoeker was het niet eens met deze beslissing en had daarom een voorlopige voorziening gevraagd en tevens beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewezen. De reden voor afwijzing is dat op dezelfde dag al een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.6142), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars, met griffier D.G. van den Berg.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.