De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de verantwoordelijkheid van Zwitserland voor de aanvraag volgens de Dublinverordening.
Eiser vreesde problemen bij terugkeer naar Zwitserland vanwege het gebruik van een valse naam en mogelijke detentie en overdracht aan Spanje. Hij gaf aan liever zelf naar Spanje terug te keren zonder tussenkomst van Zwitserse autoriteiten. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen zal nakomen.
De rechtbank wijst erop dat de Dublinverordening geen vrije keuze biedt voor het land dat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Omdat Zwitserland verantwoordelijk is, bestaat geen reden om aan te nemen dat overdracht aan Zwitserland onrechtmatig is. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de minister onvoldoende op zijn verklaringen is ingegaan.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.