Op 23 januari 2026 heeft de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag het verzoek tot wraking van Loterijverlies.nl B.V. afgewezen. Het verzoekster, vertegenwoordigd door mr. N.V.C. Haneveld, stelde dat de rechters vooringenomen waren, omdat mr. Dam eerder nadelige vonnissen had gewezen in een procedure tussen Staatsloterij B.V. en verzoekster. De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat mr. Dam in het verleden beslissingen in het nadeel van verzoekster heeft genomen, niet voldoende is om te concluderen dat er sprake is van partijdigheid. De rechters hebben in hun eerdere vonnissen geen inhoudelijke uitspraken gedaan over de merites van de zaak, maar enkel procedurele beslissingen genomen.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat er bijzondere omstandigheden moeten zijn om aan te nemen dat deze onpartijdigheid in gevaar is. De andere wrakingsgronden, waaronder de stelling dat andere rechters in het verleden steeds in het nadeel van verzoekster hebben geoordeeld, werden eveneens verworpen. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve redenen waren om aan te nemen dat de rechters niet onafhankelijk konden oordelen.
De beslissing om het wrakingsverzoek af te wijzen werd openbaar uitgesproken, en het proces in de hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.