Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
NL26.10122
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding bij opvolgend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoekster heeft een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen, waarop verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank constateert dat de minister met het genomen besluit aan verzoekster is tegemoetgekomen en veroordeelt de minister daarom tot vergoeding van de proceskosten. De minister bood een vergoeding van € 233,50 aan, maar verzoekster vorderde een hoger bedrag van € 467,-.

De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden voor een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen beperkter zijn dan bij een eerste beroep en hanteert daarom een wegingsfactor van 0,25. Op basis hiervan wordt de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 233,50.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekster kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.10122

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.A. Scholtmeijer),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekster heeft een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister na het indienen van het opvolgende beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoekster tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De minister heeft laten weten de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 233,50 te willen vergoeden. Gemachtigde heeft aangegeven het hiermee niet eens te zijn en verzoekt de proceskostenvergoeding vast te stellen op ten minste € 467,-.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen, gelet op hetgeen is overwogen onder 3. De minister moet de door verzoekster gemaakte proceskosten vergoeden.
6. Anders dan de gemachtigde voorstaat, stelt de rechtbank stelt de wegingsfactor die
gebruikt wordt bij het bepalen van de hoogte van die proceskostenvergoeding in een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op 0,25. Hiertoe ziet zij aanleiding omdat de omvang van de werkzaamheden die redelijkerwijs nodig zijn voor een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen in beginsel beperkter zijn dan voor een eerste beroep. [3] Dat betekent dat de proceskostenvergoeding zal worden vastgesteld op € 233,50. [4]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,25.