Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
náoplegging van de maatregel voortvarend te handelen. Verweerder is
vanaf het moment van het vaststellen van het terugkeerbesluitverplicht om eiser, indien eiser niet vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting voldoet, zo spoedig mogelijk te verwijderen. De rechtbank wijst in dit verband op het arrest TQ van 14 januari 2021 (arrest van het Hof van 14 januari 2021 in de zaak TQ tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, C-441/19, ECLI:EU:C:2021:9), waarin het Hof onder meer het navolgende heeft overwogen:
náoplegging van de maatregel onvoldoende voortvarend handelt aan het doel ter fine waarvan de maatregel is opgelegd, de maatregel reeds daarom onrechtmatig is en onmiddellijk moet worden opgeheven. Indien na oplegging van de maatregel voldoende voortvarend wordt gehandeld, betekent dit echter niet dat aan het handelen van verweerder voorafgaand aan het opleggen van de maatregel geen enkele betekenis kan toekomen. Indien verweerder na vaststellen van het terugkeerbesluit niet aanstonds vertrekhandelingen verricht en aanzienlijke tijd laat verlopen voordat hij de terugkeerprocedure ter hand neemt en overgaat tot oplegging van de maatregel, zal verweerder dit moeten betrekken bij zijn motivering van de maatregel. Relevant hiervoor kan zijn of eiser ter beschikking van verweerder stond om het terugkeerbesluit uit te voeren. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 januari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:29) en van 5 januari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:33).