Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 11 september 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
Verweerder heeft vastgesteld dat Nederland vanaf 13 november 2024 verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, waarna de beslistermijn van zes maanden zou lopen tot 13 mei 2025. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium voor Syriërs, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, was de beslistermijn opgeschort en hervatte deze op 14 juni 2025, waardoor de termijn eindigde op 13 november 2025.
De ingebrekestelling van eiser op 16 juli 2025 was dus prematuur, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.