ECLI:NL:RBDHA:2026:1077

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
AWB 24/7590
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:11 Wajong
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek wegens laattijdige Wajong-aanvraag

Eiseres, geboren in 1956 en sinds haar jeugd beperkt door polio, werkte jarenlang in WSW-verband. In 2011 vroeg zij een WSW-indicatie aan, die werd geweigerd omdat zij volgens het WERKbedrijf geschikt was voor de reguliere arbeidsmarkt. Tegen dit besluit maakte zij destijds geen bezwaar.

In 2021 diende eiseres een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die met ingang van 19 januari 2021 werd toegekend. Zij verzocht het UWV om deze uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf 2011, wat werd geweigerd. De rechtbank oordeelt dat de Wajong-uitkering niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend, conform artikel 1a:11 lid 2 Wajong.

Het verzoek om compensatie voor de jaren 2011 tot en met 2020 wordt afgewezen omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om compensatie wordt afgewezen wegens laattijdige Wajong-aanvraag zonder terugwerkende kracht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7590

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigden: [naam 1] en mr. M. van Nederveen

Procesverloop

Eiseres heeft op 8 mei 2024 bezwaar gemaakt tegen een beslissing van 21 oktober 2011, waarin aan haar is meegedeeld dat zij geen WSW-indicatie krijgt omdat zij niet tot de doelgroep behoort. Eiseres heeft daarbij, zo blijkt uit de stukken, bedoeld om het Uwv te vragen terug te komen op het besluit van 21 oktober 2011.
Het Uwv heeft het bezwaar ongegrond verklaard en geweigerd terug te komen op het besluit van 21 oktober 2011.
Eiseres heeft een beroepschrift ingediend, waarin zij heeft verzocht om compensatie voor het feit dat zij in de jaren 2011 tot en met 2020 niets heeft gekregen.
Het Uwv heeft verweer gevoerd.
Namens eiseres heeft de heer [naam 2] ([naam 2]) voorafgaand aan de zitting een betoog ingestuurd.
De zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2026. Eiseres is verschenen, vergezeld door [naam 2]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1956. Op 4-jarige leeftijd heeft zij polio gehad, waardoor blijvende beperkingen zijn ontstaan. Zij heeft vanaf 1972 via het voormalige DZB in WSW-verband gewerkt als bibliothecaresse bij de toenmalige RU Leiden, Sociale Geneeskunde. Zij is met haar werkzaamheden als bibliothecaresse gestopt omdat het instituut werd opgeheven.
2. In 2011 heeft eiseres een indicatie WSW aangevraagd. Deze is bij besluit van 21 oktober 2011 geweigerd. De reden daarvoor was dat door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige is vastgesteld dat eiseres weliswaar beperkingen heeft, maar dat zij rekening houdend met die beperkingen wel zou kunnen werken op de reguliere arbeidsmarkt. Eventuele aanpassingen op de werkplek waarbij rekening gehouden zou worden met de beperkingen van eiseres waren simpel van aard. Het WERKbedrijf heeft in 2011 geconcludeerd dat eiseres niet tot de doelgroep van de WSW behoort. Tegen het besluit van 21 oktober 2011 heeft eiseres geen bezwaar gemaakt.
3. Op 19 januari 2021 heeft eiseres een Beoordeling Arbeidsvermogen aangevraagd, welke in overleg met eiseres door het Uwv is behandeld als een (laattijdige) aanvraag Wajong. Met het besluit van 26 juli 2021 is per 19 januari 2021 aan eiseres een Wajong-uitkering toegekend. Deze uitkering heeft zij ontvangen tot 21 september 2023, de ingangsdatum van haar AOW-pensioen.
4. Op 3 november 2021 heeft eiseres het Uwv een brief gestuurd met het verzoek om de Wajong-uitkering ook over de voorgaande jaren toegekend te krijgen. Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv aan eiseres laten weten dat de Wajong-uitkering niet eerder kan ingaan dan 19 januari 2021, de datum van de aanvraag.
5. In haar beroepschrift heeft eiseres gevraagd om compensatie (de rechtbank leest: schadevergoeding) voor de jaren 2011 tot en met 2020 (en eigenlijk over de jaren 1983 tot 2020) omdat zij al eerder voor 100% was afgekeurd.
6. Het Uwv heeft gesteld dat eiseres met het beroep niets kan bereiken en verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres procesbelang bij haar verzoek om compensatie, reden waarom de rechtbank het beroep ontvankelijk acht.
8.1
In geschil is of het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de ingangsdatum van de Wajong-uitkering 19 januari 2021 (de dag dat de aanvraag is ontvangen) is. De rechtbank vindt dat het Uwv de Wajong-uitkering niet met terugwerkende kracht had kunnen toekennen tot 2011 of tot 1983. De Wajong bepaalt in artikel 1a:11, tweede lid dat het recht op een Wajong-uitkering ingaat op de dag dat de aanvraag is ingediend. Het toekennen van een uitkering met terugwerkende kracht is dus niet mogelijk. Dat eiseres al eerder voor 100% was afgekeurd, zoals zij gesteld heeft, blijkt niet uit de stukken. Eiseres heeft vanaf haar 16e tot haar 24e jaar onafgebroken in WSW-verband als bibliothecaresse gewerkt. Daarbij komt dat zij in 2011 geen uitkering heeft aangevraagd maar enkel een WSW-indicatie. Tegen de weigering daarvan is eiseres in 2011 niet in bezwaar gegaan. Eiseres heeft ook niet eerder dan op 19 januari 2021 voor het eerst een Wajong-uitkering aangevraagd. Dit betekent dat de toekenning van de Wajong-uitkering per 19 januari 2021 in stand blijft.
8.2
Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat er ook geen grond is voor toekenning van de gevraagde compensatie (schadevergoeding) over voorgaande jaren, omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om compensatie (schadevergoeding) af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Çakir. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid
de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.