Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10788

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
C/09/698752 / FA RK 26-987
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor schoolkeuze en mentale hulpverlening aan minderjarige kinderen

De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor onderwijsgerelateerde beslissingen en mentale ondersteuning voor haar twee minderjarige kinderen, omdat de vader weigert hiervoor toestemming te geven. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder en het gezamenlijk gezag wordt door beide ouders uitgeoefend.

De rechtbank constateert dat de communicatie tussen de ouders slecht is en dat de vader geen constructief overleg voert over belangrijke beslissingen zoals schoolinschrijving en hulpverlening. Dit belemmert de ontwikkeling van de kinderen, vooral omdat de jongste niet kan starten op een nieuwe school en de oudste binnenkort moet worden ingeschreven op een middelbare school.

De rechtbank weegt het belang van de kinderen en concludeert dat het noodzakelijk is om de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de gevraagde zaken. De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Een doorverwijzing naar een uniform hulpaanbod wordt niet gelast vanwege het ontbreken van draagvlak bij beide ouders.

Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming voor schoolinschrijving en mentale hulpverlening van de minderjarige kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-987
Zaaknummer: C/09/698752
Datum beschikking: 27 maart 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 31 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 11 februari 2026 van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 20 februari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • de F9-formulieren van 23 februari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 27 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] .
  • De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • De vader en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit, de moeder heeft de Poolse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 28 juli 2025 is – voor zover hier van belang – vervangende toestemming verleend aan de moeder om met de minderjarigen op vakantie te gaan naar [land] en is aan de moeder vervangende toestemming verleend om een behandeling te starten voor [de minderjarige 2] bij een psycholoog.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
  • aan haar vervangende toestemming te verlenen voor zaken betreffende onderwijskwesties waarvoor de vader op voorhand toestemming weigert voor zowel [de minderjarige 1] als [de minderjarige 2] ;
  • aan haar vervangende toestemming te verlenen om een behandeling te starten dan wel mentale ondersteuning te laten verlenen voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft ter zitting verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De gewone verblijfplaats van de kinderen is in Nederland. De Nederlandse rechter is derhalve bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de moeder.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW beproeft de rechtbank een vergelijk tussen de ouders voordat zij een beslissing neemt.
Inhoudelijke beoordeling
Ter onderbouwing van haar verzoeken brengt de moeder naar voren dat de communicatie tussen haar en de vader slecht is. De vader weigert om toestemming te geven voor onderwijszaken, zoals inschrijving van [de minderjarige 2] op een nieuwe school en uitjes van de kinderen met school. Daarnaast hebben de kinderen hulpverlening nodig, zoals ook uit de overgelegde stukken van school en Veilig Thuis blijkt. De moeder heeft eerder vervangende toestemming van de rechtbank gekregen om [de minderjarige 2] bij en psycholoog aan te melden, maar daar staat zij nu op en wachtlijst en tot zij aan de beurt is heeft zij ondersteuning nodig. De vader weigert ook hier toestemming voor te geven.
De vader heeft op de zitting verklaard dat hij tijdens een gesprek op de huidige school van [de minderjarige 2] mondeling toestemming heeft gegeven voor inschrijving op een nieuwe school, maar dat hij die toestemming pas schriftelijk wil vastleggen als hij weet welke school [de minderjarige 2] wil gaan bezoeken en hij aldaar heeft kennisgemaakt, althans die school heeft beoordeeld. Verder vindt de vader het erg belangrijk dat hij door de moeder meer betrokken wordt bij de kinderen, in die zin dat zij niet achteraf vertelt wat de keuze is en daar toestemming voor vraagt, maar al eerder in overleg gaat om samen een keuze te maken. De ouders kunnen dan samen beslissingen nemen over de kinderen. Voor wat betreft de hulpverlening van de kinderen heeft de vader aangegeven dat hij de buddy die voor [de minderjarige 1] geadviseerd is op school niet nodig vindt.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het de ouders niet lukt om gezamenlijk beslissingen over de kinderen te nemen. De vader is boos omdat de kinderen geen contact met hem willen. Deze situatie belemmert de ontwikkeling van de kinderen, omdat hierdoor de benodigde hulpverlening niet van de grond komt en [de minderjarige 2] niet van start kan op een nieuwe school, terwijl al geruime tijd duidelijk is dat zij op haar huidige school niet mee kan komen. [de minderjarige 1] zit nu in groep 8 en zal op korte termijn moeten worden ingeschreven op school en ook daarover lijkt constructief overleg tussen de ouders niet mogelijk. Ook overleg over deelname aan door de school georganiseerde activiteiten zal naar verwachting niet mogelijk zijn, terwijl de rechtbank het in het algemeen in het belang van kinderen acht dat zij deel kunnen nemen aan activiteiten die door school worden georganiseerd. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen, met dien verstande dat de rechtbank deze in het licht van de toelichting ter zitting nader concretiseert.
Tot slot overweegt de rechtbank dat het op de zitting duidelijk is geworden dat partijen niet gemotiveerd zijn voor een doorverwijzing naar het uniform hulpaanbod. Ondanks dat de rechtbank een traject wel passend zou vinden, is het draagvlak daarvoor bij beide ouders op dit moment te laag. De rechtbank zal ook geen raadsonderzoek gelasten. Veilig Thuis is bij het gezin betrokken en kan een terugkoppeling doen naar de Raad op het moment dat zij dat nodig achten.

Beslissing

De rechtbank:
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor inschrijving van de minderjarigen [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , op een middelbare school en voor deelname van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] aan door school georganiseerde activiteiten;
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om de door hun school en/of Veilig Thuis geadviseerde hulpverlening gericht op hun mentale welzijn op te starten voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 maart 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.