Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10825

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
NL25.28170
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod afgewezen wegens ontbreken rechtmatig verblijf

Eiser, een Colombiaanse staatsburger geboren in 1977, is geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 16 juni 2025. Eiser stelde dat het besluit in strijd was met de wet, verdragsbepalingen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat hij uit noodzaak naar Nederland was gekomen vanwege bedreigingen in Colombia.

De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 behandeld, waarbij alleen de gemachtigde van verweerder aanwezig was; eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. De rechtbank oordeelde dat de algemene stellingen van eiser onvoldoende waren onderbouwd en dat niet was gebleken dat eiser rechtmatig verblijf had in Nederland. Tevens ontbraken bijzondere omstandigheden die het opleggen van het terugkeerbesluit zouden kunnen weerleggen.

De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.M.A. Vinken en griffier J.F. Elzenaar op 14 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28170

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. L. Leenders),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D. Gigengack).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod.
1.1.
Met het bestreden besluit van 16 juni 2025 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd.
1.2.
Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder voorafgaand bericht niet verschenen [1] .

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1977 en heeft de Colombiaanse nationaliteit.
2.1.
Verweerder heeft eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst voert eiser aan dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ten tweede is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen omdat verweerder eisers belangen onvoldoende heeft betrokken. Zo is eiser naar Nederland gekomen uit noodzaak, omdat hij in Colombia schulden heeft en hierdoor ernstig wordt bedreigd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
5. Allereerst ziet de rechtbank in eisers stelling dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Uit deze algemene stelling kan de rechtbank namelijk niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is.
6. Verder is de rechtbank met verweerder van oordeel dat niet is gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder was dan ook gehouden om aan hem een terugkeerbesluit op te leggen. Verder volgt de rechtbank verweerder in het standpunt dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan verweerder van het opleggen van een terugkeerbesluit had moeten afzien. Eiser heeft zijn stelling dat hij in Colombia schulden heeft gemaakt en daardoor ernstig wordt bedreigd niet met stukken onderbouwd. Daarbij is van belang dat eiser heeft aangegeven [2] dat hij geen asiel wil aanvragen in Nederland.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De griffier heeft op het tijdstip van de zitting tweemaal tevergeefs geprobeerd telefonisch contact te krijgen met de gemachtigde van eiser.
2.Zie pagina 4 van het proces-verbaal van het gehoor van 16 juni 2025.