ECLI:NL:RBDHA:2026:10825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod afgewezen wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiser, een Colombiaanse staatsburger geboren in 1977, is geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 16 juni 2025. Eiser stelde dat het besluit in strijd was met de wet, verdragsbepalingen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat hij uit noodzaak naar Nederland was gekomen vanwege bedreigingen in Colombia.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 behandeld, waarbij alleen de gemachtigde van verweerder aanwezig was; eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. De rechtbank oordeelde dat de algemene stellingen van eiser onvoldoende waren onderbouwd en dat niet was gebleken dat eiser rechtmatig verblijf had in Nederland. Tevens ontbraken bijzondere omstandigheden die het opleggen van het terugkeerbesluit zouden kunnen weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.M.A. Vinken en griffier J.F. Elzenaar op 14 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.