Uitspraak
[eiser], [V-nummer], eiser/verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
feitelijkzes maanden samenwonen en hier een duurzame relatie aan ten grondslag ligt; dat uit de verklaringen van de winkeleigenaren alleen blijkt dat eiser en referente samen deze winkels bezoeken en dat hieruit niet kan worden afgeleid dat zij een duurzame relatie onderhouden en feitelijk samenwonen; dat uit de bankafschriften blijkt dat eiser meermaals geldbedragen heeft overgeboekt naar referente maar de context van deze bedragen onbekend is, omdat de overboekingen niet zijn voorzien van een toelichting; dat wat betreft de tekening niet kan worden geverifieerd dat de tekening is gemaakt door de zoon van referente noch dat de tekening de gezinssituatie van eiser en referente weergeeft; en dat verweerder vraagtekens zet bij de vermelde data en tijdstippen van de overgelegde foto’s.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 14 oktober 2025;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 388,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser.