Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres,
[minderjarige] , geboren [geboortedatum 1] 2022,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege problemen met haar vader en de vrees voor ernstige schade bij terugkeer naar Marokko. Zij is gehuwd met een Syrische man en heeft een minderjarige zoon. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van een reëel risico op ernstige schade en het niet voldoen aan de voorwaarden voor een reguliere verblijfsvergunning.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de problemen met de vader wel geloofwaardig zijn, maar niet leiden tot een reëel risico op ernstige schade. Er zijn geen concrete bedreigingen of aanwijzingen dat eiseres gevaar loopt bij terugkeer. De rechtbank stelde vast dat het gezinsleven erkend wordt, maar dat het ontbreken van rechtmatig verblijf van eiseres en haar partner betekent dat artikel 8 EVRM Pro niet wordt geschonden door het niet toekennen van een verblijfsvergunning.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangen van het minderjarige kind voldoende zijn betrokken bij de beoordeling en dat het gezin het gezinsleven buiten Nederland kan voortzetten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.