Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10864

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
NL26.24487
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 onder a VwArt. 96 lid 3 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie legde op 19 maart 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en vastgesteld dat de belangen van eiser regelmatig worden afgewogen, onder meer na elk vertrekgesprek. Hoewel eiser verklaarde mee te willen werken aan een presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, gaf hij ook aan niet te willen terugkeren naar Gambia. Dit maakt het risico op onttrekking onverminderd aanwezig.

De rechtbank oordeelt dat er geen feiten of omstandigheden zijn die het voortduren van de maatregel onrechtmatig maken. De belangenafweging door verweerder is voldoende en zorgvuldig. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.24487

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.C. de Jong),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 7 mei 2026.

Overwegingen

Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1980 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Uit de uitspraak van 30 maart 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 25 maart 2026, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 25 maart 2026.
4. Eiser voert aan dat uit de voortgangsrapportage niet blijkt dat verweerder een continue belangenafweging heeft gemaakt. Verweerder handelt daarmee onzorgvuldig ten aanzien van eisers belangen. Eiser heeft verklaard mee te willen werken aan een presentatie, ondanks zijn verklaringen in de vertrekgesprekken dat hij niet wil terugkeren naar Gambia. Eiser heeft gezinsleven en een vast adres waar hij kan verblijven totdat een aanvraag kan worden ingediend voor een verblijfsvergunning om bij zijn vriendin te mogen verblijven. Gelet op deze belangen dient eiser in vrijheid te worden gesteld tot meer bekend is over de presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, dan wel tot aan eiser een LP [3] is verstrekt.
5. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel toe te passen. De rechtbank stelt voorop dat het eerder in de maatregel van bewaring aangenomen risico op onttrekking nog onverkort aanwezig is. Uit de enkele stelling van eiser dat hij wil meewerken aan een presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, maar tegelijkertijd aangeeft niet te willen terugkeren naar Gambia, kan niet worden afgeleid dat met een lichter middel kan worden volstaan. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, voor de verweerder aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. Uit het dossier volgt dat de belangen van eiser regelmatig worden afgewogen. Zo wordt na elk vertrekgesprek beoordeeld of eiser omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat de bewaringsmaatregel niet langer zou kunnen voortduren. Dat deze belangenafweging niet in de M120 staat, maakt dit niet anders.
6. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
3.Laissez-passer.