ECLI:NL:RBDHA:2026:10871
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na overdracht aan Polen en terugkeer naar Nederland
Eiser heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser maakte bezwaar tegen de geplande overdracht aan Polen, die op 1 september 2025 heeft plaatsgevonden. Een verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de minister het bezwaar ongegrond, waartegen eiser beroep instelde.
De rechtbank behandelde het beroep op 30 april 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het procesbelang ontbreekt. Hoewel vernietiging van een overdrachtsbesluit rechtsgevolgen kan hebben, is eiser na overdracht op eigen initiatief naar Nederland teruggekeerd en heeft hij een nieuwe asielaanvraag lopen.
Daarom ziet de rechtbank geen belang meer bij een oordeel over het bestreden overdrachtsbesluit. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter B. van Dokkum en griffier H.S. van Wessel.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Polen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.