Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10898

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
121482656 EJ VERZ 26-71712
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige ter opening bankrekening

De gecertificeerde instelling verzocht de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen voor een minderjarige, geboren in 2008, vanwege een wezenlijk conflict tussen de moeder en de minderjarige over het beheer van diens bankrekening. De moeder wilde toezicht houden op de uitgaven en stelde voorwaarden aan het overmaken van kindgebonden budget en kinderbijslag, terwijl de minderjarige geen geld ontving voor basisbehoeften. De vader en de moeder stemden in met de benoeming van de bijzondere curator. De minderjarige gaf aan dat hij zichzelf financieel niet had kunnen ontwikkelen en graag verantwoordelijkheid wilde dragen.

De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een belangenstrijd zoals bedoeld in artikel 1:250 BW Pro en dat het in het belang van de minderjarige was om een eigen bankrekening te hebben voor het ontvangen van salaris en het leren omgaan met financiën. De bijzondere curator wordt benoemd om de minderjarige in en buiten rechte te vertegenwoordigen bij het openen en beheren van de bankrekening, inclusief ondersteuning bij het financiële beheer.

De bijzondere curator moet driemaal schriftelijk verslag uitbrengen aan de rechtbank over haar werkzaamheden, met mogelijkheid tot schriftelijke reacties van de betrokken partijen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt aangehouden tot de minderjarige 18 jaar wordt. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige om een bankrekening te openen en te beheren vanwege een belangenconflict met de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Team Toezicht
Enkelvoudige kamer
zaaknummer
:
12148265 EJ VERZ 26-71712
datum
:
20 april 2026
Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Pro
Beschikking in het kader van het op 19 februari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
gevestigd te ‘s-Gravenhage,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1] te [woonplaats],
hierna te noemen: de minderjarige.
De kantonrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder], wonende aan de [adres 2] te [plaats], moeder van de minderjarige. Hierna te noemen: de moeder.
[de vader], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, vader van de minderjarige. Hierna te noemen: de vader.

1.Het verloop van het geding

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift met bijlagen.
1.2.
De kantonrechter heeft de zaak op 15 april 2026 behandeld. Daarbij zijn verschenen:
 mevrouw [naam], namens de gecertificeerde instelling;
 [de moeder].
1.3.
De vader is ook opgeroepen, maar heeft voorafgaand aan de zitting aan de kantonrechter laten weten dat hij niet in de gelegenheid is om bij de zitting aanwezig te zijn.
1.4.
Op 15 april 2026 heeft ook het gesprek met de minderjarige plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
 De moeder en de vader hebben beiden het gezag over de minderjarige.
 De ondertoezichtstelling van de minderjarige duurt tot [datum] 2026.
 De uithuisplaatsing is verlengd tot [datum] 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), zodat de bijzondere curator de minderjarige in en buiten rechte kan vertegenwoordigen ter zake van het openen van een bankrekening en al hetgeen samenhangt met het openen en aanhouden van die bankrekening, totdat de minderjarige de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
3.2.
Samengevat geeft de gecertificeerde instelling als reden voor het verzoek dat er een wezenlijk conflict is tussen de belangen van de moeder en de minderjarige. De moeder en de minderjarige hebben veel discussies gehad over de bankrekening van de minderjarige. Moeder wil dat de minderjarige verantwoording aan haar aflegt over zijn uitgaven en wil alleen kindgebonden budget en de kinderbijslag naar de minderjarige overmaken als hij zich houdt aan de door haar gestelde voorwaarden. Momenteel ontvangt de minderjarige geen geld voor basisverzorging en eten. Daarnaast schrijft de gecertificeerde instelling dat het hebben van een eigen bankrekening noodzakelijk is voor het ontvangen van salaris.
3.3.
De moeder is het eens met de benoeming van de bijzondere curator. Zij verklaart geen toezicht op de minderjarige en zijn financiën te kunnen houden.
3.4.
De vader heeft zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de kantonrechter. De vader is het eens met de benoeming van de bijzondere curator. De vader is van mening dat de benoeming van de bijzondere curator eraan zal bijdragen dat de minderjarige zelfstandig op een correcte wijze met zijn geld leert om te gaan.
3.5.
Met de minderjarige is gesproken over de benoeming van een bijzondere curator. De minderjarige heeft aangegeven dat hij dit prettig zou vinden. De minderjarige heeft de kantonrechter onder andere verteld dat hij zichzelf niet financieel heeft kunnen ontwikkelen toen zijn bankrekening onder het beheer van de moeder was. Hij heeft nooit de kans gekregen om de verantwoordelijkheid voor zijn eigen financiën te dragen, nooit geleerd hoe hij hier op een gezonde manier mee om moet gaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 1:250 BW Pro kan de kantonrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kantonrechter kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kantonrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht. Daarbij neemt de kantonrechter in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
4.2.
Gebleken is dat zich in deze procedure met betrekking tot de minderjarige een belangenstrijd in de zin van voormeld artikel voordoet. De gecertificeerde instelling heeft het door haar gedane verzoek voldoende toegelicht. De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarige dat hij de beschikking krijgt over een eigen bankrekening, zodat hij zijn salaris kan ontvangen en daarmee onder andere in zijn noodzakelijke behoeften kan voorzien. Daarnaast staat het gegeven dat de minderjarige geen beschikking heeft over zijn eigen rekening er aan in de weg dat hij zelfstandig en op een gezonde wijze om leert gaan met zijn financiën. De kantonrechter vindt het belangrijk dat de minderjarige de kans krijgt om zelf de verantwoordelijkheid over zijn financiën te dragen.
4.3.
De kantonrechter heeft geconstateerd dat zowel de moeder als de vader beiden instemmen met het verzoek.
4.4.
De kantonrechter acht het dan ook in het belang van de minderjarige dat een bijzondere curator de belangen van de minderjarige in en buiten rechte vertegenwoordigt ten aanzien van al hetgeen samenhangt met het openen en aanhouden van een bankrekening. Hieronder valt ook enige ondersteuning bij het financiële beheer.

5.De beslissing

De kantonrechter:
- benoemt, ten aanzien van de hiervoor genoemde taken, over de minderjarige tot bijzondere curator:
mr. Joyce Smits, kantoorhoudende te Rotterdam;
- verzoekt de bijzondere curator om gedurende de looptijd van de benoeming drie maal aan de kantonrechter schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en werkzaamheden. De kantonrechter verzoekt de bijzondere curator hierbij om het eerste verslag vier weken na de benoeming uit te brengen, en de twee verslagen daarna telkens na acht weken aan de kantonrechter te doen toekomen; dit betekent dat de bijzondere curator telkens uiterlijk op 18 mei 2026, 13 juni 2026 en 7 september 2026 schriftelijk verslag uitbrengt;
- bepaalt dat de gecertificeerde instelling en de moeder en de vader binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator, aan de gecertificeerde instelling en aan de moeder en de vader te worden gezonden;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- houdt de zaak aan, totdat de minderjarige op [datum] 2026 de leeftijd van achttien jaar bereikt, zulks in afwachting van voornoemde verslagen en eventuele reacties daarop.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.M. Höppener, kantonrechter, bijgestaan door mr. A. de Ronde als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.