ECLI:NL:RBDHA:2026:10910

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/684460 / FA RK 25-3239
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek wijziging zorgregeling wegens ontbreken gewijzigde omstandigheden

De moeder verzocht de rechtbank om wijziging van de bestaande zorgregeling voor hun minderjarige kinderen, met name een week-op-week-af regeling en een vaste verdeling van vakanties en feestdagen. Zij stelde dat de huidige regeling niet meer aansluit bij de behoeften van de kinderen, onder meer vanwege problemen van een kind met de buitenschoolse opvang en schoolproblemen.

De vader voerde verweer en betoogde dat de huidige regeling al zes jaar goed functioneert, dat de kinderen behoefte hebben aan frequent contact met beide ouders en dat de voorgestelde wijziging praktische nadelen met zich meebrengt. Ook stelde hij dat de problemen van het kind niet voortkomen uit de zorgregeling.

De rechtbank oordeelde dat de moeder onvoldoende had onderbouwd dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die een aanpassing van de zorgregeling rechtvaardigen. De problemen met de buitenschoolse opvang zijn geen relevante wijziging en hulpverlening is reeds ingeschakeld. Ook is niet gebleken dat de moeder haar werktijden niet kan aanpassen om de opvang te verminderen. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.

Wel stelde de rechtbank een gedetailleerd vakantieschema vast dat door de ouders was overeengekomen. Daarnaast verwees de rechtbank de ouders naar een traject ouderschapsbemiddeling of parallel ouderschap via het Kenniscentrum Kind en Scheiding om de communicatie te verbeteren. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de zorgregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van gewijzigde omstandigheden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3239
Zaaknummer: C/09/684460
Datum beschikking: 7 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 30 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A.V. Hoogerduyn te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van de moeder van 26 februari 2026, met bijlage;
  • het F9-formulier van de vader van 2 maart 2026, met bijlage.
[minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 9 maart 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam 1] met collega [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities en nadere stukken overgelegd.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift van de moeder strekt tot wijziging van na te melden beschikking en de door de ouders onderling getroffen regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat:
  • de kinderen de ene week bij de moeder verblijven vanaf vrijdagmiddag uit school tot en met vrijdagochtend naar school de week erop, en de andere week bij de vader vanaf vrijdagmiddag uit school tot en met vrijdagochtend naar school de week erop;
  • de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld conform randnummer 10 van het verzoekschrift;
  • althans een zodanige zorgregeling als de rechtbank redelijk voorkomt;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • De ouders zijn de volgende reguliere zorgregeling overeengekomen:
- de kinderen verblijven van maandag tot en met woensdagochtend bij de vader;
- de kinderen verblijven van woensdagmiddag tot en met zaterdagochtend bij de moeder;
- de kinderen verblijven van zaterdagochtend tot maandagochtend om en om bij de ene en de andere ouder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 26 mei 2021, welke bij beschikking van 13 juli is hersteld, is – voor zover hier aan de orde –:
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vader bepaald en is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de moeder bepaald;
- bepaald dat de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld.

Beoordeling

Verdeling- van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan.
Standpunt moeder
De huidige zorgregeling sluit niet meer aan bij de behoeften van de kinderen. Zij hebben behoefte aan stabiliteit en voorspelbaarheid. De moeder merkt dat [minderjarige 2] graag langere periodes achtereen bij haar zou willen verblijven. Zij heeft ook zorgen over [minderjarige 1] . Hij heeft steeds meer moeite met het gaan naar de BSO en heeft problemen op school. Hij is doorverwezen naar een psycholoog. Bij de door de moeder voorgestelde regeling kan zij haar werktijden zo aanpassen dat de kinderen in haar week niet meer naar de BSO hoeven. Daarnaast zal er meer ruimte zijn voor activiteiten zoals sport.
Een bijkomend voordeel van een week-op-week-af-regeling is dat er minder contactmomenten tussen de ouders zijn, zodat spanning wordt vermeden. De onderlinge verstandhouding is namelijk slecht.
De moeder zou verder graag zien dat de vakanties en feestdagen volgens een vast schema worden verdeeld, zodat hierover geen onenigheid kan ontstaan.
Standpunt vader
De vader vermoedt dat het verzoek van de moeder is ingegeven vanuit praktisch oogpunt voor haar, maar niet omwille van de kinderen. De huidige zorgregeling functioneert al zes jaar goed en er is geen noodzaak tot wijziging. De door de moeder voorgestelde regeling zou tot gevolg hebben dat de kinderen veel vaker naar de BSO of een oppas moeten als zij bij de vader zijn. Ook zou de regeling tot gevolg hebben dat de kinderen minder kunnen sporten en aan andere (sociale) activiteiten kunnen deelnemen. Daarnaast zijn de kinderen nog niet toe aan een week-op-week-af-regeling. De vader merkt dat zij behoefte hebben aan frequent contact met beide ouders. Verder betwist hij dat de zorgen over [minderjarige 1] voortkomen uit de dagenverdeling in de huidige zorgregeling. Hij is een tijdlang gepest geweest op school en voelt mogelijk spanning door de rechtszaak tussen de ouders. De vader ziet ook dat de communicatie tussen de ouders moeizaam verloopt. Daarom staat hij open voor mediation of een vorm van ouderschapsbemiddeling.
Ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen gaat de vader akkoord met het schema dat de moeder heeft verzocht.
Ontvankelijkheid
De rechtbank overweegt dat zowel de huidige als de verzochte zorgregeling een gangbare regeling is voor kinderen van deze leeftijd. De rechtbank komt echter niet toe aan een vergelijk van de regelingen omdat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanpassing van de zorgregeling noodzakelijk maken. Het feit dat het op dit moment niet goed gaat met [minderjarige 1] bij de BSO is geen relevante wijziging nu BSO een gangbare aanvulling op de school is en verwacht mag worden dat ingezet wordt op oplossing van die problemen. De rechtbank heeft begrepen dat inmiddels ook hulpverlening is ingeschakeld.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat ter zitting niet duidelijk is geworden waarom de moeder niet met haar werkgever kan afspreken dat zij iedere donderdagmiddag thuis werkt, zodat zij geen gebruik meer hoeft te maken van de BSO. Bovendien ontstaan bij een week-op-week-af-regeling onweersproken werk-gerelateerde problemen voor de vader, zodat [minderjarige 1] vaker naar de BSO zou moeten gaan in de week van de vader. Daarnaast is door de vader weersproken dat een week-op-week-af-regeling voor meer rust bij de kinderen zal zorgen. Hij geeft juist aan dat de kinderen het niet prettig vinden om langere periodes achter elkaar bij een ouder te zijn.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder om de reguliere zorgregeling te wijzigen niet-ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen hebben de ouders overeenstemming bereikt, zodat de rechtbank deze overeenstemming zal opnemen in het dictum.
Hulpverlening
Op de zitting hebben beide ouders aangegeven dat zij vinden dat hun onderlinge communicatie moeizaam verloopt en zij hebben de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap.
De vader geeft de voorkeur aan een traject van ouderschapsbemiddeling. De moeder staat echter alleen open voor parallel (solo) ouderschap. Zij voelt veel spanning bij het idee om met de vader aan tafel te moeten zitten. De ouders hebben eerder een traject ouderschapsbemiddeling geprobeerd, maar de moeder voelde zich daar onveilig. De Raadsvertegenwoordiger heeft op de zitting uitgelegd dat pas bij de intake bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding wordt bekeken welk hulpverleningstraject passend is.
De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 26 mei 2021– :
verklaart de moeder niet-ontvankelijk ten aanzien van haar verzoek tot wijziging van de reguliere zorgregeling;
stelt de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen vast:
  • zomervakantie: in even jaren de eerste helft bij de moeder en de tweede helft bij de vader, in oneven jaren andersom, waarbij geldt dat de helft van de vakantie wordt gerekend vanaf de officiële schoolvakantiedata, waarbij het wisselmoment in het midden van de vakantie ligt;
  • herfstvakantie: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder
  • kerstvakantie: in even jaren de eerste helft (inclusief kerstavond en eerste kerstdag) bij de vader en de tweede helft (inclusief oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag) bij de moeder, in oneven jaren andersom;
  • meivakantie:
- indien de meivakantie twee weken duurt: in even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, in oneven jaren andersom;
- indien de meivakantie één week duurt: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
  • Pasen (eerste Paasdag): in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
  • Hemelvaartsdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
  • Pinksteren (eerste Pinksterdag): in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
  • Sinterklaasavond (5 december): in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
  • Vaderdag: bij de vader;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • waarbij de volgende algemene afspraken gelden:
- de overdracht van de kinderen vindt standaard plaats op de laatste schooldag op vrijdag vanaf 14.30 uur, tenzij ouders in onderling overleg anders afspreken;
- beide ouders faciliteren vakantieplannen passend binnen de afgesproken perioden;
- de ouders streven ernaar in onderling overleg een zo prettig mogelijke overgang en afstemming voor de kinderen te organiseren;
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader],
wonende te [plaats] , [adres 1] ,
en
[de moeder],
wonende te [plaats] , [adres 2] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar (De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) b Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 april 2026.