Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10919

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/680253 / FA RK 25-1111
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:25c BWArt. 3 RvArt. 2.17 Wet BRPArt. 8 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling geboortegegevens wegens onvoldoende bewijs

Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot vaststelling van zijn geboortegegevens voor het opmaken van een geboorteakte, omdat hij geen originele geboorteakte kan overleggen. Hij stelt in 1988 als politiek vluchteling naar Nederland te zijn gekomen zonder paspoort of geboorteakte van zijn geboorteland. De ambtenaar van de burgerlijke stand voerde verweer dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd van een toegekende asielstatus of het ontbreken van een geboorteakte.

De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en vastgesteld dat verzoeker niet heeft aangetoond dat hij vóór zijn naturalisatie een asielstatus had, noch dat hij een geboorteakte niet kan verkrijgen. Verzoeker heeft ook geen contact met de autoriteiten van zijn geboorteland aangetoond. Hoewel verzoeker inmiddels zijn geboortedatum in de Basisregistratie Personen heeft laten wijzigen en een nieuw paspoort bezit, acht de rechtbank dit onvoldoende voor het vaststellen van de geboortegegevens.

De rechtbank betreurt dat verzoeker en zijn advocaat niet zijn verschenen op de zitting om het verzoek toe te lichten. Gelet op het ontbreken van bewijs wijst de rechtbank het verzoek af. De beslissing is genomen op basis van de stukken zonder mondelinge behandeling.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van geboortegegevens wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat geen geboorteakte bestaat of kan worden verkregen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1111
Zaaknummer: C/09/680253
Datum beschikking: 7 april 2026

Vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 12 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.A.E.C.J. Hooft te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift van 21 mei 2025 van de ambtenaar;
- de brief van 8 juli 2025 van verzoeker;
- de brief van 18 juli 2025 van verzoeker;
- de brief van 23 juli 2025 van de ambtenaar;
- de brief van 4 september 2025 van verzoeker;
- de brief van 15 september 2025 van verzoeker, met bijlage;
- de brief van 10 december 2025 van verzoeker;
- de brief van 23 februari 2026 van verzoeker.
Verzoeker (en zijn advocaat) en de ambtenaar zijn opgeroepen voor een zitting op 9 maart 2026. De advocaat van verzoeker heeft de rechtbank bericht dat hij en verzoeker niet zullen verschijnen op de zitting en zich zullen refereren aan het oordeel van de rechtbank. De ambtenaar heeft naar aanleiding hiervan bericht ook niet aanwezig te zijn op de zitting. De mondelinge behandeling heeft dus geen doorgang gevonden en de rechtbank zal beslissen op basis van de stukken.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens op grond van artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW) als volgt zal vaststellen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Naam : [verzoeker]
Geboortedatum : [geboortedatum 1] 1961
Geboorteplaats : [geboorteplaats] , [geboorteland]
Geslacht : M (mannelijk)
De ambtenaar heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – besproken zal worden.

Feiten

- Volgens een uittreksel uit de Basisregistratie Personen is verzoeker geboren op
[geboortedatum 2] 1961 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- Bij Koninklijk Besluit van 6 maat 1996, [nummer] heeft verzoeker de Nederlandse nationaliteit verkregen.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Het verzoek ziet op het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker en tot opname daarvan in de Nederlandse registers. De rechtbank acht Nederlands recht als haar interne recht van toepassing op het verzoek.
Ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 1:25c, lid 1, BW, kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Nu verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft, kan hij worden ontvangen in onderhavig verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Onder de overgelegde stukken bevindt zich niet een voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand vatbare geboorteakte ten name van verzoeker. Uit het verzoekschrift komt naar voren dat in de registers van de burgerlijke stand van ’s-Gravenhage geen geboorteakte ten name van verzoeker is ingeschreven.
Verzoeker heeft gesteld dat hij in 1988 als politiek vluchteling vanuit [land] naar Nederland is gevlucht en dat hij op het moment van binnenkomst in Nederland niet over een [land] paspoort of originele geboorteakte beschikte. Hij kan aldus niet bewijzen dat hij over de [land] nationaliteit beschikt, maar vermoedt deze wel te bezitten. Verzoeker heeft verklaard onder geen beding naar [land] af te reizen noch dat hij op enigerlei wijze contact zal opnemen met de [land] autoriteiten. De advocaat van verzoeker heeft namens verzoeker bericht dat hij zich aan het oordeel van de rechtbank zal refereren omtrent zijn verzoek.
De ambtenaar heeft verweer gevoerd en het volgende aangevoerd. Verzoeker heeft geen stukken ter onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat hij vóór zijn naturalisatie een toegekende asielstatus had. Daarnaast is het onduidelijk of er van verzoeker een geboorteakte is opgemaakt, dan wel of deze niet kan worden verkregen. Er zijn evenmin bewijzen overgelegd van de [land] autoriteiten waaruit blijkt dat verzoeker pogingen hiertoe heeft ondernomen. Verzoeker dient voor een beroep op artikel 1:25c BW aan te tonen dat hij een toegekende asielstatus in bezit heeft gehad of dat van hem geen geboorteakte is opgemaakt, dan wel dat hij die niet kan verkrijgen. Nu verzoeker dit niet heeft aangetoond, kan hij volgens de ambtenaar niet in zijn verzoek worden ontvangen, dan wel dient zijn verzoek te worden afgewezen.
De ambtenaar merkte op dat verzoeker op grond van artikel 2.17 Wet basisregistratie personen (Wet BRP) bij de gemeente kan verzoeken om zijn geboortedatum in het BRP te wijzigen. Verzoeker kan daarna een nieuw paspoort aanvragen met de gewijzigde geboortedatum, zodat hij geen last meer zal ondervinden van de in het verzoekschrift aangehaalde problemen ten gevolge van het feit dat zijn geboortedatum als [geboortedatum 2] 1961 geregistreerd staat. Verzoeker heeft de gemeente verzocht om een wijziging van zijn geboortedatum op grond van artikel 2.17 Wet BRP. Bij bericht van 23 februari 2026 heeft verzoeker de rechtbank laten weten dat de gemeente zijn geboortedatum heeft gewijzigd in [geboortedatum 1] 1961 en dat hij inmiddels in het bezit is van een paspoort met deze gewijzigde geboortedatum.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het rapport van de IND volgt dat verzoeker bij binnenkomst in Nederland heeft aangegeven gevlucht te zijn om aan de dienstplicht te ontkomen. De rechtbank is het eens met de ambtenaar dat niet is vast komen te staan dat verzoeker vóór zijn naturalisatie over een asielstatus beschikte. Verzoeker dient daarom een originele geboorteakte te overleggen ofwel aan te tonen dat hij niet over een originele geboorteakte kan beschikken ofwel hij dient aan te tonen dat deze nooit is opgemaakt. Niets van dit alles heeft verzoeker gedaan. Hoewel het huidige reisadvies naar [land] momenteel ‘code rood’ is, blijkt evenmin dat verzoeker contact heeft opgenomen met de Iraanse ambassade ofwel aangetoond dat dit niet tot resultaat zal leiden. De rechtbank betreurt het daarnaast dat verzoeker met zijn advocaat niet ter zitting zijn verschenen om één en ander te bespreken.
Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikt over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte en deze ook niet kan verkrijgen. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst het verzoek tot vaststellen van de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens van verzoeker af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2026.