Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10938

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/702610 / FA RK 26-3262
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij manisch psychotische episode

De rechtbank Den Haag behandelde op 7 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een HIC-accommodatie. Betrokkene erkent haar stoornis en incidenten, maar stelt wilsbekwaam te zijn en verzet zich tegen de voortzetting van de maatregel.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat het ernstig nadeel onvoldoende was onderbouwd en dat betrokkene wilsbekwaam is, pleitte subsidiair voor aanhouding voor een second opinion. De arts stelde dat betrokkene een manisch psychotische ontregeling vertoont, met wisselend oordeelsvermogen en incoherent denken, en dat verplichte zorg noodzakelijk is vanwege het risico op ernstig nadeel.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade, veroorzaakt door een manische episode bij een bipolaire stoornis. De crisis is te ernstig om een zorgmachtiging af te wachten. Het beroep op wilsbekwaam verzet wordt verworpen op basis van een onafhankelijke medische verklaring en de beoordeling van de arts.

De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, inclusief toediening van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Het verzoek voor meer of andere zorgvormen wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken ondanks het verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/702610 / FA RK 26-3262
Datum beschikking: 7 april 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 3 april 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] HIC, te [plaats] ,
advocaat: mr. C.J. Nierop te Amsterdam.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 2 april 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 2 april 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 3 april 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met haar. Zij is zich ervan bewust dat zij op een psychiatrische afdeling verblijft. Betrokkene erkent de stoornis en het klopt ook dat er incidenten hebben plaatsgevonden. Zij is daar niet trots op. Betrokkene heeft liever geen zorgmachtiging. Verder stelt betrokkene dat zij wilsbekwaam is en het risico op een terugval kan inschatten.
De advocaat pleit primair voor afwijzing van de machtiging. Er moet sprake zijn van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel en de crisis moet dermate ernstig zijn dat een procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De stoornis kan worden aangenomen, maar de vraag is of de stoornis leidt tot een dermate ernstige crisissituatie waarin een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De agressie en beledigingen richting de behandelaren zijn vervelend maar niet dermate ernstig dat dit crisismaatregel noodzakelijk maakt. Er wordt gesproken over geagiteerd gedrag richting de moeder, maar dit wordt niet nader onderbouwd. Geagiteerd of geïrriteerd gedrag is niet dermate ernstig dat dit kan leiden tot een crisismaatregel. Ook wordt de agressie richting spullen niet nader onderbouwd. Ter zitting is ook niet duidelijk geworden dat betrokkene spullen kapot heeft gemaakt. Uit de justitiële documentatie en politiemutaties blijkt ook niet dat er sprake is geweest van chaos of onrust op straat of dat de openbare orde in het geding is. Al met al is het ernstig nadeel onvoldoende onderbouwd. Verder stelt de advocaat zich op het standpunt dat betrokkene wilsbekwaam is. Het is niet duidelijk welke stappen zijn doorlopen om tot de conclusie te komen dat betrokkene wilsonbekwaam is. Die conclusie is onvoldoende onderbouwd. De advocaat pleit subsidiair voor aanhouding van het verzoek voor een second opinion rondom de wilsbekwaamheid van betrokkene. Meer subsidiair pleit de advocaat voor afwijzing van de vormen van verplichte zorg “
toedienen van vocht” en “
toedienen van voeding”.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene in eerste instantie vrijwillig was opgenomen. Aanvankelijk konden er afspraken met haar worden gemaakt over de medicatie en over de opname. Naarmate de opname vorderde, ging betrokkene zich vervelen en uitte zij een ontslagwens. Er wordt een manisch psychotische ontregeling gezien. Op de afdeling is betrokkene het ene moment meewerkend en het andere moment is het lastig om tot een samenwerking te komen. De machtiging is nodig omdat betrokkene een ontslagwens uit. Zij wordt boos op het moment dat zij niet weg mag. Zij wordt op dit moment nog ingesteld op medicatie en het is nog te vroeg om te zeggen dat het effect heeft. Voorafgaand aan de opname werden kenmerken van maatschappelijke teloorgang gezien: zij sliep slecht, had verminderde eetlust en vertoonde impulsief gedrag. De moeder van betrokkene heeft aan de bel getrokken en geeft aan dat betrokkene haar medicatie niet nam. De behandelaren maken zich zorgen over de acute maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft dingen niet betaald en gaat niet meer naar haar werk. Ook is de marechaussee betrokken geweest.
Op dit moment is betrokkene wilsonbekwaam. Er is een manische episode waarbij het oordeelsvermogen van betrokkene erg wisselend is. Zij is incoherent en onnavolgbaar in haar verhaal en denken. Zij is niet in staat om de risico’s in te schatten als zij naar huis gaat. Elke arts is in staat op de wilsbekwaamheid te toetsen, daar is geen stappenplan voor. Er wordt gekeken of iemand informatie tot zich kan nemen, die informatie kan afwegen en kan toepassen op de eigen situatie, waarbij zij de gevolgen kunnen overzien. Betrokkene is hiertoe op dit moment niet in staat.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige psychische schade;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is in beeld gekomen met verward gedrag, slapeloosheid en verminderde eetlust. Vervolgafspraken met de crisisdienst over IHT werden niet nagekomen. Betrokkene is afwerend in het contact en heeft behandelaren uitgescholden. Zij is niet te begrenzen in haar gedrag. Uit hetgeen ter zitting is besproken volgt dat het risico dat betrokkene agressie bij andere oproept groot is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een manisch psychotische episode bij een bekende bipolaire stoornis. De crisissituatie is op dit moment nog zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde vormen van zorg is – door de toelichting van de arts – ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van de arts en zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Afspraken werden in het vrijwillige kader niet nagekomen. Daarbij uit betrokkene een ontslagwens.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De advocaat heeft een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet. De rechtbank gaat hieraan voorbij. In dit geval blijkt uit de medische verklaring van 2 april 2026 dat de onafhankelijk psychiater – die betrokkene heeft onderzocht – van oordeel is dat betrokkene wilsonbekwaam is ter zake van de voorgenomen verplichte zorg, omdat betrokkene onvoldoende ziektebesef en -inzicht heeft. Als gevolg hiervan is betrokkene op dit moment niet in staat tot een redelijke waardering van haar situatie, en tot het afwegen van haar belangen. Bovendien is door de arts ter zitting verklaard dat betrokkene incoherent en onnavolgbaar in haar verhaal en denken is. De rechtbank volgt het oordeel van de arts en komt op basis daarvan tot de conclusie dat er geen sprake is van wilsbekwaam verzet van betrokkene tegen de afgifte van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Om deze reden zal de rechtbank het verweer van de advocaat, voor zover dit ziet op het wilsbekwaam verzet van betrokkene, passeren. Ook bestaat geen aanleiding de zaak aan te houden voor een second opinion.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 april 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.