ECLI:NL:RBDHA:2026:1094

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
NL25.56955
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Op 26 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag. Eiser, vertegenwoordigd door mr. J. Oosterhof, had beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag van 22 februari 2024. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld. Volgens de wettelijke voorschriften kan een beroepschrift worden ingediend wanneer het bestuursorgaan in gebreke blijft en er twee weken zijn verstreken na een schriftelijke ingebrekestelling. De minister is verplicht om binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag te beslissen. Eiser had eerder, op 17 juni 2025, al beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, welke door de rechtbank Amsterdam gegrond was verklaard. De minister was opgedragen om uiterlijk op 22 november 2025 een besluit te nemen. Echter, voordat deze termijn was verstreken, diende eiser op 20 november 2025 een nieuw beroep in, wat te vroeg was en niet voldeed aan de vereisten. De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. De minister werd niet verplicht om de proceskosten aan eiser te vergoeden. De uitspraak werd openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56955

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 22 februari 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, wordt het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. [2]
3. Een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
4. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. [4]
5. Eiser heeft op 17 juni 2025 reeds beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag (NL25.26792). Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, heeft dit beroep bij uitspraak van 16 september 2025 gegrond verklaard, en bepaald dat de minister op uiterlijk 22 november 2025 alsnog een besluit bekend moest maken. Voordat deze termijn is verstreken heeft eiser op 20 november 2025 onderhavig beroep ingediend. Het beroep is te vroeg ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [5]
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
8. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
5.Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).