Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10958

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/689623 / FA RK 25-5913
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling en hoofdverblijf minderjarige kinderen na advies bijzondere curator

De rechtbank heeft op verzoek van minderjarige kinderen en na onderzoek door een bijzondere curator een proefzorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen om de week van vrijdag tot maandag bij hun moeder verblijven en daarnaast een contactmoment op maandagavond hebben. De bijzondere curator rapporteerde dat de kinderen zich bij de vader meer op hun gemak voelen en minder tijd bij de moeder willen doorbrengen vanwege ervaren controle en emotionele spanning.

Tijdens de zitting bevestigden beide ouders dat de proefregeling positief is verlopen en dat de kinderen meer rust ervaren. De rechtbank verlengde het contactmoment op maandagavond en handhaafde de bestaande vakantieverdeling, omdat een wijziging niet in het belang van de kinderen werd geacht. De hoofdverblijfplaats blijft voorlopig bij de vader, mede vanwege onduidelijkheid over financiële gevolgen.

De rechtbank wees de zelfstandige verzoeken van de ouders af omdat deze na het kindgesprek waren ingediend en de rechter ambtshalve wil kunnen beslissen. Tevens verwees de rechtbank de ouders naar een traject parallel solo ouderschap om de communicatie en samenwerking te verbeteren. De bijzondere curator werd bedankt en haar werkzaamheden beëindigd.

Uitkomst: De rechtbank stelt de proefzorgregeling definitief vast en behoudt de hoofdverblijfplaats bij de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5913
Zaaknummer: C/09/689623
Datum beschikking: 7 april 2026

Informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW

Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Pro

Beschikkingnaar aanleiding van de op 1 augustus 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

[minderjarige 2] ,

hierna te nomen: [minderjarige 2] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.J. Hoff te Haarlem,
en

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.W. Castelijns te Amsterdam.

Procedure

Bij beschikking van 3 oktober 2025 heeft deze rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden en mevrouw D.G.M. van den Hoogen benoemd als bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , teneinde onderzoek te doen naar de wensen en behoeften van de minderjarigen ten aanzien van het contact met de moeder.
De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:
  • het rapport van de bijzondere curator van 20 november 2025;
  • de reactie van de moeder van 4 december 2025 op het rapport van de bijzondere curator;
  • de reactie van de vader van 9 december 2025 op het rapport van de bijzondere curator;
  • het aangepast verzoek van 16 december 2025 van de zijde van de moeder;
  • de brief van 5 maart 2026 van de zijde van de vader;
  • de brief van 6 maart 2026 van de zijde van de moeder.
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de bijzondere curator, mevrouw D.G.M. van den Hoogen;
  • [naam] namens de Raad voor de kinderbescherming (de Raad).

Advies bijzondere curator

Uit het rapport van de bijzondere curator blijkt het volgende. De bijzondere curator heeft gemerkt dat de jongens erg duidelijk zijn in hun wens; zij willen minder tijd bij hun moeder doorbrengen en meer tijd bij hun vader.
De jongens geven hiervoor verschillende redenen. Zo ervaren zij dat ze door de moeder heel erg gecontroleerd worden en weinig vrijheid hebben (zij moeten bijvoorbeeld vaak hun telefoon inleveren). Daarnaast willen zij tijdens hun verblijf bij de ene ouder graag contact kunnen houden met de andere ouder en diens familie. De jongens hebben het gevoel dat dit bij de moeder niet mogelijk is. Ook vinden zij het vervelend dat de moeder vaak “wil praten”, met alle bijbehorende emoties. [minderjarige 2] heeft bovendien verteld dat hij wel eens door de moeder wordt afgeluisterd. Zij legt dan haar telefoon bij hem in de buurt en neemt dan gesprekken op. Dit vindt hij vervelend. [minderjarige 1] zou graag van de moeder meer ruimte krijgen om zijn eigen leven in te richten en verlangt daarnaast naar meer rust.
De bijzondere curator omschrijft de situatie als verdrietig. Beide ouders willen het beste voor de kinderen, maar de kinderen geven aan zich minder op hun gemak te voelen bij de moeder. De manier waarop de kinderen, met name [minderjarige 2] , over hun moeder spreken, vindt de bijzondere curator zorgelijk.
De bijzondere curator is ervan overtuigd dat de kinderen behoefte hebben aan een open communicatie tussen beide ouders en aan de emotionele ruimte om onbelast contact met elk van hen te kunnen hebben. Omdat de ouders hun oude conflicten nog niet hebben opgelost en er nog veel wantrouwen en spanningen bestaan, kunnen de kinderen zich onveilig voelen. Dit kan volgens de bijzondere curator een verklaring zijn voor hun huidige gedrag. De kinderen lijken op dit moment zwart-wit te kiezen voor één ouder, omdat zij er “klaar mee zijn”. De bijzondere curator merkt op dat dit gedrag bij kinderen vaker voorkomt. Een duidelijke keuze voor één ouder, waarbij de andere ouder min of meer wordt verstoten, kan hen een tijdelijk gevoel van rust geven.
Op basis van deze constatering en de behoeften van de kinderen heeft de bijzondere curator in overleg met de ouders een proefregeling afgesproken. Deze regeling houdt in dat de kinderen om de week van vrijdag 9.00 uur tot maandag 9.00 uur bij moeder verblijven, alsook de andere week op maandag 16.30 uur tot 18.30 uur. Over deze proefregeling komt nog een evaluatiemoment.
De bijzondere curator beantwoordt de onderzoeksvragen van de rechtbank als volgt.
Wat zijn de wensen en behoeften van de jongens ten aanzien van het contact met de moeder en waar komt de weerstand tegen contact met de moeder vandaan?
De wens van de jongens ten aanzien van het contact met de moeder is een weekendregeling met daarnaast één contactmoment doordeweeks. Wat betreft de zomervakantie geven de jongens aan graag minder bij de moeder te willen zijn.
Welke zorgregeling is voor de kinderen met beide ouders in hun belang?
In het belang van de rust van de kinderen en ter voorkoming van een verdere weerstand jegens de moeder, acht de bijzondere curator het wenselijk dat ten minste een proefregeling wordt vastgesteld, waarin de wensen van de kinderen worden meegenomen. Indien de rechtbank deze tijdelijke regeling zou vastleggen, verdient het de aanbeveling dat deze na enkele maanden wordt geëvalueerd. De uitvoering van deze evaluatie kan ook door een jeugdbeschermer worden opgepakt.
Is het in het belang van de kinderen om hun hoofdverblijfplaats te wijzigen van de moeder naar de vader?
Een wijziging van de hoofdverblijf zal, als de (proef)regeling definitief wordt, een consequentie zijn.
De bijzondere curator merkt tot slot op dat het volgens haar niet verstandig is het gezin volledig los te laten, omdat de kans bestaat dat, indien de zorgregeling gewijzigd wordt, er uiteindelijk helemaal geen contact of steeds minder contact met moeder zal zijn. Volgens de bijzondere curator is het belangrijk dat er een neutraal iemand meekijkt om de situatie in de gaten te houden. Hierbij zou gedacht kunnen worden aan een (V)OTS, waarbij de jeugdbeschermer een vinger aan de pols kan houden en bijvoorbeeld aan de slag kan met de enorme boosheid van [minderjarige 2] jegens de moeder.

Reactie ouders

Reactie moeder
De moeder geeft aan dat op dit moment uitvoering wordt gegeven aan de proefregeling. Het uitvoeren van deze proefregeling betekent dat zij al in belangrijke mate heeft meegewerkt aan de wensen van de kinderen. De moeder zou graag zien dat deze regeling voor een periode van 6 maanden wordt vastgelegd, waarna deze, zoals de bijzondere curator adviseert, wordt geëvalueerd.
De moeder vindt het moeilijk om te zien dat de jongens zo in de knel zitten. Zij begrijpt niet altijd waarom de jongens zulke negatieve verhalen over haar vertellen en niet graag bij haar willen zijn. Tijdens de omgangsmomenten heeft de moeder juist de indruk dat de jongens blij zijn om bij haar te zijn. Desalniettemin neemt zij de uitspraken en wensen van de kinderen serieus en ziet zij dit als een signaal dat er iets (meer) aan de hand is.
Omdat de bijzondere curator in haar rapport heeft aangegeven dat het voor het gezin belangrijk is dat iemand een vinger aan de pols houdt, en de moeder dit advies wil opvolgen, zal zij in lijn met dit advies zelf een OTS verzoeken, dan wel een vorm van begeleiding die ertoe dient de door de bijzondere curator gesignaleerde dreigende ouderverstoting te voorkomen.
Verder verzoekt de moeder, onder afwijzing van alle verzoeken van vader, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • een tijdelijke zorgregeling te bepalen, waarbij de kinderen bij de moeder verblijven om de week van vrijdag 9.00 uur tot maandag 9.00 uur en om de andere week op maandag 16,30u tot 18.30u, althans een zodanige regeling te bepalen als uw rechtbank juist acht;
  • de zaak pro forma aan te houden voor de duur van 6 maanden, waarbij partijen de rechtbank dienen te informeren of er akkoord over een definitieve zorgregeling is bereikt dan wel kenbaar te maken wat hun wensen zijn tav een definitieve zorgregeling;
  • het door partijen ondertekende ouderschapsplan van 27 oktober 2017 aan te hechten aan de in deze af te geven beslissing, zodat het hiervan onderdeel uitmaakt;
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht te stellen (conform advies bijzondere curator), althans zodanige begeleiding aan het gezin te bepalen ter voorkoming van dreigende ouderverstoting als Uw Rechtbank juist acht;
Reactie vader
De vader constateert dat de jongens tegen de bijzondere curator duidelijk zijn geweest in hun wensen ten aanzien van de zorgregeling. Net zoals zij dit tegenover de rechtbank hebben gedaan, hebben de jongens aangegeven een weekend per twee weken bij hun moeder te willen verblijven. De vader is van mening dat het verzoek van beide jongens hiermee voor toewijzing gereed is.
De inspanningen van de bijzonder curator om de door de jongens gewenste zorgregeling bij wijze van een proefregeling al meteen in te voeren, heeft de vader gewaardeerd. De vader is ook blij dat de moeder heeft ingestemd met deze proefregeling. De vader kan echter niet instemmen met een proefregeling van 6 maanden. De jongens hebben behoefte aan rust en duidelijkheid.
Daarnaast merkt de vader op dat in het verslag van de bijzondere curator weinig aandacht is geschonken aan de vakantieregeling. De vader wil graag de volgende verdeling:
  • voorjaarsvakantie volgens zorgregeling (volgorde twee weken man en twee weken
  • vrouw elk jaar in onderling overleg vast te stellen);
  • meivakantie bij helfte;
  • grote vakantie, twee weken bij de man, twee weken bij de vrouw en twee weken
  • volgens zorgregeling;
  • herfstvakantie volgens zorgregeling;
  • kerstvakantie bij helfte.
Voorts moet er volgens de bijzondere curator een neutraal iemand zijn die een vinger aan de pols kan houden bij het gezin. De bijzondere curator denkt hierbij aan een (V)OTS. Een OTS uitspreken kan volgens de vader alleen aan de orde zijn als de uitvoering van een zorgregeling zodanige conflicten of problemen voor kinderen opleveren dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar te voorzien is, zullen falen. Deze situatie is totaal niet aan de orde, noch gesteld door de bijzondere curator. De vader meent dan ook dat er geen enkele reden is een (V)OTS uit te spreken.
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • een reguliere zorgregeling vast te stellen inhoudende dat de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een weekend per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de vrouw verblijven;
  • ter zake de vakanties een regeling vast te stellen inhoudende dat 1) de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie volgens de reguliere zorgregeling verlopen, 2) de meivakantie en de kerstvakantie bij helfte worden verdeeld en 3) de grote vakantie, in de even jaren twee weken bij de man, twee weken bij de vrouw en twee weken volgens de reguliere zorgregeling en in de oneven jaren twee weken bij de vrouw, twee weken bij de man en twee weken volgens de reguliere zorgregeling.

Beoordeling

Allereerst merkt de rechtbank het volgende op. In onderhavige procedure – een informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW – neemt de rechtbank ambtshalve een beslissing over de onderwerpen die door de kinderen zelf zijn aangedragen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in deze procedure de kinderrechter gevraagd om hun hoofdverblijf bij de vader vast te stellen (in feite vroegen de kinderen of zij bij de vader mogen wonen) en de zorgregeling zodanig te wijzigen dat zij om het weekend bij hun moeder verblijven.
Zowel de vader als de moeder hebben in hun reactie op het rapport van de bijzondere curator zelfstandige verzoeken ingediend. De rechtbank zal deze zelfstandige verzoeken van de ouders afwijzen en overweegt daartoe als volgt. De verzoeken van de ouders zijn pas na de gesprekken die de rechter met de kinderen heeft gevoerd ingediend, zodat niet duidelijk is hoe de kinderen hierover denken. Bovendien moet de rechtbank in een procedure van deze aard de mogelijkheid behouden om ambtshalve een beslissing te nemen, waaronder de keuze om geen beslissing te nemen. De extra verzoeken van de ouders laten deze mogelijkheid niet toe. De rechtbank zal daarom niet ingaan op de verzoeken van de ouders.
Wijziging van de zzorgregeling
De proefregeling die de bijzondere curator in samenspraak met de ouders in gang heeft gezet, wordt inmiddels vier maanden uitgevoerd. Tijdens de zitting heeft de bijzondere curator verklaard dat zij de kinderen recent nog heeft gesproken en dat zij hebben aangegeven dat het goed met hen gaat en dat zij meer rust ervaren. Zo hebben ze onder andere aangegeven zich gezien en gehoord te voelen in hun wens om minder naar de moeder te gaan. Daarnaast hebben zij het gevoel dat de moeder minder streng is, waardoor de regeling soepeler verloopt en zij beter in hun vel zitten.
Ter zitting hebben zowel de vader als de moeder bevestigd dat de proefregeling positief is verlopen. De grootste verandering is zichtbaar bij [minderjarige 2] . Hij heeft aangegeven dat hij inmiddels een vriendje heeft in de buurt van de moeder, waardoor het voor hem leuker is om bij haar te verblijven. Ook gaat het beter op school. Al met al is de situatie van de kinderen sinds de invoering van de proefregeling verbeterd.
Omdat de proefregeling gedurende de afgelopen vier maanden positief is verlopen, zal de rechtbank bepalen dat deze regeling definitief wordt vastgesteld. Daarbij merkt de rechtbank nog het volgende op. Tijdens de zitting is gebleken dat de kinderen, wanneer zij de moeder bijvoorbeeld bij sportactiviteiten of een arts zien, het contactmoment op maandag niet nakomen. Zij beschouwen deze spontane ontmoetingen als een vervanging van het geplande contactmoment. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet de bedoeling. Dergelijke incidentele contactmomenten mogen niet in de plaats treden van het structurele contactmoment op de maandag.
Daarnaast zal de rechtbank bepalen dat het contactmoment op maandag met één uur wordt verlengd. De moeder heeft tijdens de zitting namelijk aangegeven dat de huidige duur van 16.30 uur tot 18.30 uur te kort is om in alle rust samen te zijn. De rechtbank zal daarom bepalen dat het contactmoment voortaan tot 19.30 uur duurt, zodat de moeder en de kinderen de gelegenheid hebben om op hun gemak samen te eten voordat de kinderen weer teruggaan naar de vader.
Ten aanzien van de zomervakantie overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de huidige verdeling van de zomervakantie te wijzigen. Gebleken is dat de kinderen zich op dit moment (weer) prettig voelen bij de moeder en meer ontspannen zijn. Gelet hierop acht de rechtbank een wijziging niet in hun belang, zodat de regeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan ten aanzien van de zomervakantie leidend blijft.
Hoofdverblijfplaats
Tijdens de zitting is gebleken dat de discussie tussen de ouders over de wijziging van de hoofdverblijfplaats zich met name toespitst op de financiële gevolgen daarvan. Nu de rechtbank de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging, in het licht van een eventuele herberekening van de alimentatie, in deze procedure niet kan overzien, zal zij bepalen dat de hoofdverblijfplaats vooralsnog niet wordt gewijzigd. Indien de ouders een nieuwe berekening van de alimentatie wensen, dienen zij daartoe een afzonderlijke procedure te starten, waarin ook de hoofdverblijfplaats aan de orde kan komen.
De jongens hebben tijdens het kindgesprek aangegeven dat zij graag bij de vader willen wonen. De rechtbank begrijpt dit als een weergave van de feitelijke situatie, die – gelet op de gewijzigde zorgregeling – inmiddels is gerealiseerd. In zoverre is aan de wens van de jongens tegemoetgekomen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet wijzigen.
Doorverwijzing parallel solo ouderschap
Tot slot is op de zitting de mogelijkheid besproken om de ouders door te verwijzen naar hulpverlening, zoals parallel solo ouderschap. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject parallel (solo) ouderschap. Het doel van het traject is dat de ouders handvatten krijgen om afspraken met elkaar te maken en de onderlinge communicatie op basaal niveau vorm te geven, zodat er meer rust ontstaat en de onderlinge strijd wordt verminderd.
De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Bijzondere curator
Uit het voorgaande volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank bedankt de bijzondere curator voor haar betrokkenheid en beschouwt haar werkzaamheden voor deze procedure als beëindigd.
Brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Begin oktober 2025 heb ik jullie een brief gestuurd. Dat was nadat ik jullie had gesproken. In de brief heb ik toen geschreven dat een bijzondere curator, mevrouw Van den Hoogen, met jullie en jullie ouders zou gaan praten en mij daarover een advies zou sturen.
Inmiddels heb ik dat advies gekregen en heb ik op 10 maart 2026 gesproken met jullie ouders en mevrouw Van den Hoogen. Ik heb gehoord dat er nogal wat is veranderd. Jullie zijn nu voornamelijk bij jullie vader en gaan om het weekend naar jullie moeder. Tussendoor zijn jullie ook nog een moment met jullie moeder.
Mevrouw Van den Hoogen vertelde dat het goed gaat met jullie en dat er rust is gekomen door deze afspraken. Ik ben blij dat te horen. Jullie vader vertelde ook dat het met jullie goed gaat, maar dat jullie soms ook nog mopperen als je naar je moeder gaat. Jullie moeder vertelde dat zij jullie mist en dat zij aan de nieuwe regeling meewerkt, omdat zij jullie gunt dat er meer rust is. Zij wil niets liever dan dat jullie gelukkig zijn. Ik vond het fijn te horen van jullie moeder dat als jullie bij haar zijn, jullie het gezellig met elkaar hebben.
Omdat het nu beter met jullie gaat, zal ik de omgang zoals die nu loopt, vastleggen. Daar maak ik wel een opmerking bij. Jullie gaan om de week vrijdag uit school, of om 9:00 als er geen school is, naar jullie moeder en jullie blijven daar tot jullie maandagochtend weer naar school gaan. Dit is niet uit te onderhandelen voor jullie, dit is hoe het gaat zijn. In de tussenliggende weken gaan jullie maandagavond eten bij jullie moeder. Om daar ruimte voor te maken, zijn jullie daar van 16:30 uur tot 19:30 uur. Ook dit staat vast. Als jullie verder jullie moeder zien bij de sport of bij een arts, komt dat moment erbij, en dus níet in de plaats van de maandagavond.
Dit klinkt nu heel streng; dat is omdat ik het heel belangrijk vind dat jullie tijd met je moeder blijven doorbrengen en dat daar niet mee gerommeld wordt. Jullie vader heeft ook gezegd dat hij het belangrijk vindt dat jullie contact houden met jullie moeder. Jullie moeder hoort bij jullie. Gelukkig zei mevrouw Van den Hoogen dat jullie het gevoel hebben dat het nu beter verloopt bij jullie moeder thuis, dus dan ga ik er vanuit dat dit zo goed gaat. Mochten jullie over een tijdje vaker naar je moeder willen, dan kan dat natuurlijk. Dat moet dan wel in overleg met jullie ouders. En als jullie bij de ene ouder zijn, mag je altijd even bellen met de ander. Dat hebben jullie ouders ook gezegd op de zitting.
Jullie hebben verder bij mevrouw Van den Hoogen gezegd dat jullie in de zomervakantie minder bij jullie moeder willen zijn. Daar ga ik niet in mee. De vakanties blijven zoals ze zijn. Het is belangrijk dat jullie ook voldoende vrije tijd met jullie moeder doorbrengen, gezellige dingen met elkaar doen, en er op uit kunnen gaan. Om dat mogelijk te maken, vind ik het geen goed idee om die vrije tijd met jullie moeder in te korten.
Ik hoop dat jullie tevreden zijn met deze uitkomst en ik wens jullie het allerbeste verder!
Hartelijke groet,
De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank - met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 14 juni 2023 -:
bepaalt dat de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
om de week van vrijdag uit school, of om 9.00 uur als er geen school is, tot maandag naar school, of 9.00 uur als er geen school is, bij de moeder verblijven, alsook de andere week op maandag van 16.30 uur tot 19.30 uur;
stelt vast dat partijen
[de vader] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
en
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Jeugdteams [regio] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel Solo Ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) dit vonnis te zenden naar:
Jeugdteams [regio] , [adres] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 april 2026.