Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10980

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/701545 / FA RK 26-2649
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening en narcistische persoonlijkheidsstoornis

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van cliënt, geboren in 1942, vanwege zijn psychogeriatrische aandoening (Alzheimer) en narcistische persoonlijkheidsstoornis. Cliënt verbleef reeds in een accommodatie en wilde na verbetering graag naar huis terugkeren. Zijn advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat cliënt in staat is voor zichzelf te zorgen en het ernstig nadeel niet meer aanwezig is.

De arts en verpleegkundige gaven aan dat cliënt weliswaar verbetering toont, maar dat terugkeer naar huis nog niet mogelijk is vanwege het ontbreken van voldoende zorg en het risico op escalatie. Cliënt vertoonde in de thuissituatie agressief en dwingend gedrag, wat leidde tot overbelasting van zijn echtgenote en gevaarlijke situaties zoals brand- en valgevaar.

De rechtbank oordeelde dat cliënt lijdt aan een ernstige psychogeriatrische aandoening en persoonlijkheidsstoornis die leiden tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. De opname is noodzakelijk en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Ondanks het verzet van cliënt is voldaan aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging.

De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot en met 7 oktober 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening en narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/701545 / FA RK 26-2649
Datum beschikking: 7 april 2026

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1942 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 maart 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 6 maart 2026;
- een op 12 maart 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 12 maart 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [arts 2] ;
- de verpleegkundige, [verpleegkundige] .

Standpunten ter zitting

Door cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat hij blij is dat hij is opgenomen. De opname heeft hem goed gedaan. Hij wil nog een week blijven, maar daarna naar huis. Hij wil terug naar zijn vrouw. Hij is veranderd.
De advocaat pleit namens cliënt voor afwijzing van het verzoek. Cliënt erkent dat het niet goed ging. Het gaat nu beter en hij is niet meer wie hij tot voor kort in de thuissituatie was. Hij is rustiger en hij is zijn boosheid kwijt. Verder stelt cliënt dat hij in staat is om voor zichzelf te zorgen. Thuis zal dat ook goed gaan. Het ernstig nadeel zoals geschetst in het dossier is niet meer aanwezig.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat het op de afdeling goed gaat. Cliënt geeft wel dagelijks aan dat hij naar huis wil. Terug naar huis is echter niet mogelijk. De ondersteuning die nodig was voor de zorg werd niet toegelaten en cliënt wilde dingen op zijn manier, wat zorgde voor problemen. Ook was er sprake van boosheid en dwingend gedrag. Cliënt kan niet inzien dat zijn gedrag schadelijk is. De echtgenote is niet langer in staat om de dagelijkse zorg te bieden die cliënt nodig heeft. Vrijheden, waaronder bezoeken aan thuis, zijn nog niet opgestart omdat er voldoende vertrouwen moet zijn bij de echtgenote en kinderen van cliënt dat zij op die momenten de zorg aankunnen.
De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat cliënt gebaat is bij de structuur die op de afdeling geboden wordt. Cliënt heeft op de afdeling het gevoel dat hij gezien en gehoord wordt. Zijn agitatie en boosheid kunnen worden bijgestuurd. Cliënt heeft dagelijks intensieve zorg en begeleiding nodig. Hij wil het graag allemaal zelf doen, maar er is altijd iemand in de buurt om de situatie in de gaten te houden. Cliënt geeft regelmatig aan dat hij weg wil, maar er is geen sprake van fysiek verzet.

Beoordeling

Op 19 februari 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend tot en met 2 april 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer. Daarnaast is sprake van een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
De psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
– ernstig lichamelijk letsel;
– ernstige psychische schade;
– ernstige verwaarlozing;
– maatschappelijke teloorgang;
– de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënt is opgenomen omdat de thuissituatie was geëscaleerd. Er was sprake van fysieke agressie richting de echtgenote, brandgevaar, valgevaar en zelfverwaarlozing. Vanuit zijn dementie en zijn persoonlijkheidsstoornis heeft cliënt onvoldoende inzicht in zijn eigen kwetsbaarheden en de risico’s die daarmee samenhangen. Hij was in de thuissituatie niet te sturen op zijn gedrag. De echtgenote heeft aangegeven dat zij zich bedreigd heeft gevoeld, dat zij zwaar overbelast is en dat zij de verzorging van cliënt niet langer aan kan.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënt geeft aan dat hij zich weer prima voelt en minder spanning heeft. Hij wil dan ook niet blijven. Cliënt denkt dat het thuis prima zal lukken en daarom wil hij weer naar huis.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] 1942 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 oktober 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.