Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser en verzoeker, hierna eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna de minister
Procesverloop
Overwegingen
Wanneer stopte u met geloven in de islam?
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon uit de Pashtun bevolkingsgroep, diende op 20 januari 2026 een herhaalde asielaanvraag in. Hij baseerde zijn aanvraag op zijn homoseksualiteit, afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom. De minister wees de aanvraag op 14 februari 2026 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek op 23 april 2026. Uit de beoordeling bleek dat de minister de afvalligheid van eiser geloofwaardig achtte, maar onvoldoende aannemelijk vond dat hij daardoor in Pakistan gevaar loopt. De verklaringen van eiser over zijn niet-praktiseren van de islam werden als consistent beoordeeld. Echter, zijn seksuele geaardheid en bekering tot het christendom werden door de minister en rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende rekening was gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder zijn analfabetisme en herdersachtergrond. Eiser kon onvoldoende inzicht geven in zijn gevoelens en relaties omtrent zijn seksuele geaardheid. Ook was er geen overtuigende verklaring over zijn bekering tot het christendom. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand bleef.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag als kennelijk ongegrond.