Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 29 mei 2024, waarna de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden heeft beslist. Eiser stelde de minister op 5 maart 2026 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, dat ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is gesteld met het oog op het belang van een snelle en zorgvuldige besluitvorming, mede omdat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-.
Verder wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 7 mei 2026.