ECLI:NL:RBDHA:2026:11018
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 11 maart 2025 afgewezen en is bij die afwijzing gebleven in het bezwaarbesluit van 8 mei 2025.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de behandeling van het beroep op 5 maart 2026 behandeld.
Bij de uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.25388) heeft de rechtbank op 20 maart 2026 uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld.