Eisers, Moldavische Roma met een minderjarige zoon, vroegen asiel aan wegens bedreigingen en ontvoering gerelateerd aan een niet-terugbetaalde geldlening en discriminatie vanwege hun etniciteit. De minister wees de aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid van het geldleningsrelaas en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de verklaringen over de geldlening en de daaruit voortvloeiende problemen als ongeloofwaardig heeft beoordeeld. Er zijn tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van eisers onderling en met informatie van Roemeense autoriteiten, die niet kunnen worden verklaard door het beperkte referentiekader van eiser. Ook de vage en weinig gedetailleerde verklaringen van eiseres over de ontvoering en bedreigingen zijn onvoldoende.
Verder is vastgesteld dat eisers geen verdragsvluchteling zijn op grond van hun Roma-etniciteit, omdat zij niet zodanig worden beperkt in hun bestaansmogelijkheden dat zij sociaal-maatschappelijk niet kunnen functioneren. De rechtbank ziet geen reden om het belang van het kind bij terugkeer anders te beoordelen, omdat het relaas over de ontvoering niet geloofwaardig is.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzingen van de asielaanvragen blijven in stand. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.