Partijen zijn gehuwd geweest van 2011 tot 2021 en hebben een minderjarige gezamenlijk. Bij beschikking van 28 juni 2021 is de echtscheiding uitgesproken en een ouderschapsplan vastgesteld met co-ouderschap en hoofdverblijfplaats bij de moeder.
De moeder verzoekt wijziging van de zorgregeling omdat de vader het contact niet nakomt en het kind hem al geruime tijd niet heeft gezien. De vader heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank onderzoekt het gezag en concludeert dat op grond van Syrisch recht, het land van geboorte en verblijf van het kind bij het ontstaan van het gezag, beide ouders gezamenlijk gezag hebben.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd en dat het belang van het kind contact met de vader vereist. Daarom wijst de rechtbank het verzoek toe en bepaalt dat het kind voortaan elk weekend van vrijdag 15.00 uur tot zondag 19.00 uur en drie weken in de zomervakantie bij de vader verblijft. De regeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.