In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 26 januari 2026, gaat het om een opvolgend beroep van eisers tegen de minister van Asiel en Migratie. Eisers hebben eerder aanvragen ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, maar de minister heeft niet tijdig beslist. De rechtbank heeft in een eerdere procedure de minister opgedragen om binnen twintig weken een beslissing te nemen, maar deze termijn is overschreden. De rechtbank heeft vastgesteld dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, omdat de minister nog documenten moet beoordelen. Desondanks heeft de rechtbank bepaald dat de minister binnen vier weken na deze uitspraak een beslissing moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft ook bepaald dat de minister de proceskosten van eisers, tot een bedrag van € 467,-, moet vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en eisers zijn vrijgesteld van griffierecht.