Uitspraak
Rechtbank den haag
1.ZORGVERVOERCENTRALE NEDERLAND B.V. te Rotterdam en
WILLEMSEN-DE KONING GROEP B.V. te Rotterdam,
1.De procedure
2.De incidenten tot tussenkomst, althans voeging
3.De feiten
“het sluiten van een Overeenkomst met een dienstverlener of een Combinatie van dienstverleners, voor regie en uitvoering van zowel het Valys-vervoer als het Sportvervoer.”. In paragraaf 2.5. van het Beschrijvend Document is opgenomen dat de te sluiten overeenkomst een initiële looptijd van zes jaar heeft, met de mogelijkheid om de overeenkomst eenzijdig en onder gelijkblijvende voorwaarden maximaal twee keer te verlengen voor een periode van maximaal twee jaar.
4.Het geschil
primairde Staat te gebieden om de Valys-aanbesteding in te trekken en ingetrokken te houden, om de Valys-opdracht opnieuw aan te besteden voor zover de Staat dat wenst, om bij een nieuwe aanbesteding van de Valys-opdracht in de aankondiging van de opdracht de (geraamde) waarde van de opdracht bekend te maken en in de aankondiging van de opdracht of in het bestek de maximale waarden en/of maximale hoeveelheid bekend te maken.
Subsidiairvordert TMS een in goede justitie te bepalen maatregel te treffen die recht doet aan de belangen van TMS. Daarbij vordert TMS de Staat te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.De beoordeling van het geschil
“aard en omvang van diensten”en dat de
“geraamde totale orde van grootte van de opdracht”moet worden vermeld. De Staat heeft terecht aangevoerd dat in die punten niet wordt voorgeschreven dat de geraamde waarde in de aankondiging moet worden vermeld. Uit punt 7. blijkt immers niet dat de waarde van de opdracht deel uitmaakt van de beschrijving die moet worden gegeven, terwijl in het arrest van het Europese Hof van Justitie van 17 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:490 (Simonsen & Weel A/S), hierna ‘het arrest Simonsen & Weel A/S’, met betrekking tot de in punt 8. genoemde “geraamde totale orde van grootte van de opdracht” is overwogen dat het feit dat slechts wordt verwezen naar een “orde van grootte” en niet naar een nauwkeurig bepaalde waarde doet vermoeden dat de van de aanbestedende dienst gevraagde waardering
“approximatief”kan zijn.
“De geraamde waarde van de aanbestedingsprocedure of het perceel gedurende de gehele looptijd ervan, met inbegrip van opties en verlengingen”in de hiervoor genoemde Tabel 2 de letter ‘F’ van facultatief is vermeld. Dit betekent dat uit de bijlage bij de Uitvoeringsverordening evenmin een verplichting kan worden afgeleid om de geraamde waarde van de opdracht in de aankondiging bekend te maken. Aan de stelling van TMS dat de Europese wetgever, althans de minister van VWS, het veld ‘waarde’ in het formulier waarmee een opdracht via TED/TenderNed wordt aangekondigd verplicht heeft gesteld, wordt voorbij gegaan. Hiertegenover heeft de advocaat van CTS immers voldoende aannemelijk gemaakt dat de verplicht gestelde gebruikmaking van TED/Tenderned is uitgewerkt door programmeurs, die ervoor hebben gekozen om het veld ‘waarde’ in het formulier voor de aankondiging van een opdracht op te nemen, en dat die keuze dus niet het gevolg is van een wettelijk voorschrift.