8.1.Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over haar problemen met de sponsoren van de bakkerij geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft onderkend dat de sponsoren zich mogelijk niets gelegen laten liggen aan het feit dat eiseres juridisch niet aansprakelijk is voor de lening. Maar juist omdat eiseres juridisch niet aansprakelijk is, heeft de minister van eiseres mogen verlangen dat zij aannemelijk maakt dat de sponsoren haar desondanks hebben benaderd en bedreigd voor een schuld die zij niet is aangegaan. Eiseres is daarin niet geslaagd. De minister wijst er in dit verband terecht op dat eiseres niet ontkent dat de sponsoren geen contact met haar hebben gehad toen zij zich nog in Kirgizië bevond, ook niet nadat haar vriend naar Rusland was vertrokken. Na het vertrek van haar vriend en zijn advies om Kirgizië te verlaten heeft eiseres eerst drie weken in de hoofdstad verbleven, daarna een week in Kazachstan om vervolgens weer terug te keren naar Kirgizië. Dit terwijl eiseres zelf stelt dat de sponsoren overal in Kirgizië hun “ogen en oren” hebben en zelfs in staat zijn geweest om haar nieuwe telefoonnummer te achterhalen op het moment dat zij in Litouwen was. De minister stelt niet ten onrechte dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres en de door haar gestelde noodzaak voor bescherming. Daarbij heeft de minister kunnen betrekken dat eiseres vanuit Kirgizië via Duitsland naar Litouwen is gereisd, maar in geen van deze landen asiel heeft gevraagd. Ook dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gestelde vrees.
Telefonische bedreigingen in Litouwen via Telegram
9. Over de gestelde telefonische bedreigingen die eiseres in Litouwen via Telegram van de sponsoren zou hebben ontvangen, heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat eiseres hierover wisselend heeft verklaard. Eiseres verklaart aanvankelijk tijdens het nader gehoor dat zij via Telegram is bedreigd en dat het ging om een ingesproken bericht. Later in het nader gehoor verklaart ze dat zij werd gebeld, dat zij heeft opgenomen en dat een man haar bedreigde. Daarna werd een voicemailbericht ingesproken
.In haar zienswijze van 13 mei 2024 wijkt ze hiervan af en zegt dat ze via Telegram meerdere keren is gebeld en dat daarbij voicemailberichten zijn achtergelaten. De minister heeft dit wisselend en daarmee onaannemelijk mogen achten. Daarbij laat de rechtbank in het midden of de minister terecht tegenwerpt dat Telegram geen voicemailfunctie kent, maar uitsluitend de mogelijkheid biedt tot het verzenden van spraakberichten. Niet valt uit te sluiten dat eiseres “spraakbericht” bedoelt als zij spreekt over voicemailberichten. Doorslaggevend is dat de verklaringen die eiseres zelf heeft afgelegd tijdens het nader gehoor en in haar zienswijze onderling niet overeenstemmen. Op de zitting heeft de minister hieraan nog toegevoegd dat eiseres verklaart dat zij in Litouwen een nieuw Telegramaccount heeft aangemaakt. Zij heeft niet kunnen uitleggen hoe de sponsoren haar op dit nieuwe account hebben kunnen bereiken. De verklaring van eiseres dat iemand uit de kleine kring van personen om haar heen dit met de sponsoren moet hebben gedeeld, heeft de minister niet aannemelijk hoeven achten. De minister heeft eiseres daarom niet ten onrechte niet gevolgd in de gestelde bedreigingen via Telegram.
Bedreiging zus van eiseres
10. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat het niet aannemelijk is dat de zus van eiseres door de sponsoren is bedreigd. De minister heeft kunnen tegenwerpen dat de overgelegde aangiftes discrepanties vertonen, nu uit de kopie van de aangifte van september 2025 volgt dat niet eerder aangifte zou zijn gedaan, terwijl eiseres stelt dat ook in januari 2025 aangifte is gedaan. Ook heeft de minister er terecht op gewezen dat uit de aangifte volgt dat er geen audio- of video-opnames van het feit waarvan aangifte wordt gedaan beschikbaar zijn, terwijl eiseres verklaart dat de zus de beelden aan de politie heeft verstrekt. Verder heeft de minister terecht gesteld dat de aangifte niet meer inhoudt dan een weergave van hetgeen de zus heeft verklaard en dat daarmee nog niet vaststaat dat de bedreigingen ook daadwerkelijk zijn geuit. Voorts heeft de minister bij zijn standpunt niet ten onrechte betrokken dat de zus stelt in mei 2022 te zijn benaderd en daarna pas weer in januari 2025. Er zit een lange periode tussen en niet aannemelijk is dat de zus, meer dan drie jaar na het vertrek van eiseres uit Kirgizië, nog steeds bedreigingen zou hebben ontvangen van de sponsoren die geld hebben geleend aan de vriend van eiseres.
Tot slot heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat de camerabeelden bij het werk van de zus weinig duidelijkheid geven over de vraag wie daarop is te zien en wat er wordt besproken. Op de beelden is niet meer te zien dat twee mannen de schoonheidssalon van de zus binnenlopen en kort daarna weer vertrekken. De bedreiging van eiseres wordt daarmee niet onderbouwd. Ook de dreig-sms die de zus stelt te hebben ontvangen, heeft de minister niet geloofwaardig hoeven achten. De minister wees er tijdens de zitting terecht op dat de sms niet herleidbaar is en dat niet duidelijk is wanneer deze zou zijn verstuurd.
11. De minister heeft zich op grond van het voorgaande op goede gronden op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig zijn. Dit onderdeel van het asielrelaas is daarom bij de beoordeling van de zwaarwegendheid van de vrees van eiseres bij terugkeer naar Kirgizië terecht buiten beschouwing gelaten. De beroepsgrond faalt.
Artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw 2000
12. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister niet ten onrechte dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en hiervoor geen goede verklaring heeft. Zij is na haar vertrek uit Kirgizië eerst naar Duitsland gereisd en is daar zwanger geraakt van haar partner die in Nederland in de asielprocedure zit. Zij wist dan ook van het bestaan van de asielprocedure. Na ontdekking van haar zwangerschap tijdens haar verblijf in Litouwen, is zij op 13 juli 2022 Nederland ingereisd. Pas op 29 juli 2022 heeft eiseres asiel gevraagd. Voor zover eiseres stelt eerst ‘te hebben gewikt en gewogen’ of ze asiel wilde aanvragen, verhoudt dit zich niet met de vrees die zij stelt te hebben. Zoals de minister ter zitting ook terecht heeft opgemerkt, wijst dit er meer op dat zij geen asiel zoekt maar bij haar partner wil verblijven. In haar zienswijze van 13 mei 2024 verklaart ze te hebben verwacht automatisch verblijfsrecht te krijgen via haar partner, die ook een asielprocedure doorliep. Toen eiseres ontdekte dat dit niet zo was, aarzelde ze vanwege angst om terug te moeten keren naar Litouwen en vanwege de omstandigheden in het aanmeldcentrum Ter Apel, vooral omdat ze zwanger was. De minister stelt niet ten onrechte dat deze redenen geen verschoonbare verklaring vormen voor de late aanvraag. Van iemand die voor haar leven vreest vanwege bedreigingen mag worden verwacht dat zij zo snel mogelijk haar beschermingsbehoefte meldt. De angst om zich als zwangere te begeven in Ter Apel is begrijpelijk, maar ontslaat haar niet van haar plicht om zich meteen te melden. Dit geldt ook voor zover eiseres de verwachting had een afgeleid verblijfsrecht te krijgen via haar partner. Daarmee voldoet eiseres niet aan het bepaalde in artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw 2000. De beroepsgrond faalt.
Heeft de minister ten onrechte geen reëel risico op ernstige schade aangenomen?13. Eiseres betoogt dat de minister miskent dat eiseres pas problemen kreeg nadat haar vriend was vertrokken en de sponsoren haar contactgegevens hadden. Haar tijdelijke verblijf in de hoofdstad Bisjkek was redelijk veilig. Het besluit houdt geen rekening met deze feiten en het oordeel is daarom onzorgvuldig.