Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11091

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
NL25.53134
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vw 2000Art. 4 KwalificatierichtlijnenVreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Kirgizische vrouw wegens onvoldoende geloofwaardigheid en geen reëel risico

Eiseres, een vrouw met de Kirgizische nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege bedreigingen door sponsoren van een lening die haar vriend was aangegaan voor een bakkerij. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij zelf bedreigd werd en geen reëel risico liep bij terugkeer naar Kirgizië.

De rechtbank oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid van de verklaringen terecht had beoordeeld. Eiseres had geen objectieve bewijsstukken overlegd die haar verhaal volledig ondersteunden, en haar verklaringen over bedreigingen via Telegram waren inconsistent. Ook de aangiftes van haar zus werden door de minister terecht als onvoldoende bewijs gezien.

Daarnaast was eiseres te laat met haar asielaanvraag en gaf zij geen verschoonbare reden voor de vertraging. Haar verzoek om uitstel van vertrek om medische redenen werd eveneens afgewezen omdat zij niet aantoonde daadwerkelijk onder behandeling te zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53134

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseresnamens haar minderjarige dochter:[naam minderjarige dochter], v-nummer: [nummer 2].

(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. Het besluit omvat ook een terugkeerbesluit, waarin staat dat eiseres binnen vier weken moet vertrekken. Eiseres heeft daar geen gronden tegen ingediend. De rechtbank behandelt het terugkeerbesluit daarom niet in deze uitspraak.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom de problemen van eiseres met de sponsoren niet geloofwaardig zijn en waarom eiseres geen reëel risico op schade loopt bij terugkeer naar Kirgizië. Tot slot heeft de minister voldoende gemotiveerd waarom eiseres niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek na afloop van de behandeling op zitting gesloten.
2.3.
Op 27 januari 2026 heeft eiseres in een bericht laten weten dat zij nieuwe documenten heeft ontvangen die relevant zijn voor haar zaak. Het betreft een tweetal kopieën van aangiftes bij de politie in Kirgizië met daarop een origineel politiestempel. Zij heeft de rechtbank verzocht het onderzoek te heropenen en de documenten door Bureau Documenten te laten onderzoeken. De rechtbank heeft op 3 februari 2026 het onderzoek heropend en de minister verzocht om binnen twee weken aan te geven of hij voornemens is de nieuwe documenten van eiseres te laten onderzoeken, dan wel te motiveren waarom hij daarvan afziet. Na een herinnering op 9 maart 2026 ontving de rechtbank op 16 maart 2026 een reactie van de minister, waarin hij gemotiveerd heeft aangegeven dat hij geen aanleiding ziet tot nader documentenonderzoek en geen reden ziet het besluit te heroverwegen.
2.4.
De rechtbank heeft partijen bij brief van 25 maart 2026 verzocht om binnen twee weken aan te geven of zij een nadere zitting wensen. Daarbij is vermeld dat bij uitblijven van een reactie ervan wordt uitgegaan dat een tweede zitting niet nodig is. Eiseres heeft vervolgens aangegeven geen nadere zitting te wensen. De minister heeft niet gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

De procedure tot nu toe
3. Eiseres heeft op 29 juli 2022 asiel aangevraagd. De minister heeft dit op 6 november 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond. Deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam heeft op 10 juli 2025 het beroep van eiseres tegen deze afwijzing gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd. Dit omdat de minister onvoldoende had gereageerd op de zienswijze van eiseres en het besluit daarmee onvoldoende had gemotiveerd. [1] Eiseres ontving op 29 augustus 2025 een nieuw voornemen en op 24 oktober 2025 een nieuw besluit. Dat laatste besluit ligt nu ter behandeling bij deze zittingsplaats.
Het asielrelaas
4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij heeft de Kirgizische nationaliteit en is samen met haar vriend ([naam vriend]) in Kirgizië een bakkerij gestart. Voor het opzetten van deze onderneming heeft haar vriend via een bekende een lening afgesloten van tweeëntwintigduizend dollar. Enkele maanden later eisten de geldverstrekkers (de sponsoren) de volledige lening ineens op. Omdat de bakkerij verlies draaide, kon de lening nog niet worden terugbetaald. De vriend van eiseres is daarna door de sponsoren bedreigd. Uit angst is hij naar Rusland gevlucht en heeft hij eiseres ook geadviseerd om te vluchten. Vervolgens is eiseres naar Litouwen gegaan, waar zij telefonisch werd bedreigd door dezelfde sponsoren. Ook haar zus in Kirgizië is bedreigd. Zij is inmiddels gevlucht naar Turkije. Eiseres vreest bij terugkeer dat de sponsoren de bedreigingen zullen waarmaken.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met de sponsoren.
5.1.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Het is verder geloofwaardig dat haar vriend geld leende voor een bakkerij, dat de lening werd opgeëist en dat de vriend van eiseres problemen had met de sponsoren. De minister acht het niet geloofwaardig dat eiseres zelf problemen ondervond door of vanwege de sponsoren. Eiseres heeft ook geen objectieve documenten overgelegd die haar asielmotief volledig ondersteunen. Haar verklaringen zijn verder niet samenhangend en aannemelijk, onder meer omdat het niet aannemelijk is dat zij werd gezocht na vertrek van haar vriend uit Kirgizië en doordat ze wisselend verklaart over de bedreigingen in Litouwen (via spraakbericht of voicemail op Telegram). Ook heeft zij haar asielaanvraag pas twee weken na haar inreis in Nederland ingediend, zonder dat daarvoor een goede reden is. Zij voldoet daardoor niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onderdelen c en d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Verder is niet aannemelijk dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade; het feit dat zij uit Kirgizië komt is onvoldoende. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
Wat is het juridisch kader?
6. Uit het bestreden besluit blijkt dat de minister de vanaf 1 juli 2024 geldende Werkinstructie (WI) 2024/6 heeft toegepast. In dit beleid zijn veranderingen doorgevoerd in de wijze waarop de minister de geloofwaardigheid van de asielmotieven beoordeelt. Dit nieuwe beleid is een uitwerking van artikel 31 van Pro de Vw 2000, dat de implementatie is van artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn [2] en een nadere invulling van de Vreemdelingencirculaire 2000. Uit WI 2024/6 volgt dat de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling bestaat uit drie verschillende stappen. In stap 2a wordt beoordeeld of het asielmotief met voldoende objectieve bewijsstukken is onderbouwd. Indien dit niet het geval is, wordt in stap 2b beoordeeld of het asielmotief op grond van de verklaringen toch geloofwaardig is.
Heeft de minister ten onrechte de problemen van eiseres met de sponsoren ongeloofwaardig geacht?
7. Niet in geschil is dat eiseres haar verklaringen over de problemen met de sponsoren niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d van de Vw 2000.
Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000
8. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte haar problemen met de sponsoren van de bakkerij ongeloofwaardig heeft geacht. Dat zij vanuit juridisch oogpunt niet zelf een lening is aangegaan met de sponsoren, omdat zij niet betrokken was bij het afsluiten van de lening en niets heeft getekend, betekent niet dat de sponsoren haar niet verantwoordelijk kunnen houden. De sponsoren geven niets om de juridische situatie en willen hun geld terug, met rente. Omdat de vriend van eiseres een kopie van haar paspoort heeft afgegeven bij het aangaan van de lening, weten de sponsoren dat zij mede betrokken is bij de bakkerij. De minister negeert deze situatie en meent ten onrechte dat er geen aanwijzingen zijn voor de bedreiging aan haar adres. Bovendien stelt de minister onterecht dat er tegenstrijdigheden zijn in haar verklaringen over bedreigingen via telefoongesprekken in ingesproken berichten; haar verklaring is consistent en het verschil in termen (voicemail/spraakbericht) is geen reden om haar geloofwaardigheid ter discussie te stellen. De vertaling van ‘ingesproken bericht’ of ‘spraakbericht’ vanuit het Russisch komt in het Nederlands al snel uit op voicemessage/voicebericht/voicemailbericht. De minister miskent dit. Verder wijst eiseres er op dat ook haar zus is bedreigd. In november 2022 kwamen onbekende mannen naar haar werk en daarbij werd naar eiseres gevraagd. In januari 2025 kwamen de mannen terug. De zus van eiseres heef toen aangifte gedaan bij de politie. In augustus 2025 gebeurde hetzelfde en ook daarvan is aangifte gedaan. Eiseres heeft kopieën van de aangiftes overgelegd, met daarop een origineel politiestempel. Ook zijn er camerabeelden van het moment dat de mannen de schoonheidssalon van de zus binnenkomen. De zus kreeg daarna een dreig-sms en is inmiddels naar Turkije gevlucht. De minister heeft het ondersteunend bewijs, zoals de aangiftes en camerabeelden, genegeerd of onvoldoende meegewogen. [3] Duidelijk is immers dat de schuldeisers eiseres nog steeds verantwoordelijk houden.
8.1.
Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over haar problemen met de sponsoren van de bakkerij geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft onderkend dat de sponsoren zich mogelijk niets gelegen laten liggen aan het feit dat eiseres juridisch niet aansprakelijk is voor de lening. Maar juist omdat eiseres juridisch niet aansprakelijk is, heeft de minister van eiseres mogen verlangen dat zij aannemelijk maakt dat de sponsoren haar desondanks hebben benaderd en bedreigd voor een schuld die zij niet is aangegaan. Eiseres is daarin niet geslaagd. De minister wijst er in dit verband terecht op dat eiseres niet ontkent dat de sponsoren geen contact met haar hebben gehad toen zij zich nog in Kirgizië bevond, ook niet nadat haar vriend naar Rusland was vertrokken. Na het vertrek van haar vriend en zijn advies om Kirgizië te verlaten heeft eiseres eerst drie weken in de hoofdstad verbleven, daarna een week in Kazachstan om vervolgens weer terug te keren naar Kirgizië. Dit terwijl eiseres zelf stelt dat de sponsoren overal in Kirgizië hun “ogen en oren” hebben en zelfs in staat zijn geweest om haar nieuwe telefoonnummer te achterhalen op het moment dat zij in Litouwen was. De minister stelt niet ten onrechte dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres en de door haar gestelde noodzaak voor bescherming. Daarbij heeft de minister kunnen betrekken dat eiseres vanuit Kirgizië via Duitsland naar Litouwen is gereisd, maar in geen van deze landen asiel heeft gevraagd. Ook dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gestelde vrees.
Telefonische bedreigingen in Litouwen via Telegram
9. Over de gestelde telefonische bedreigingen die eiseres in Litouwen via Telegram van de sponsoren zou hebben ontvangen, heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat eiseres hierover wisselend heeft verklaard. Eiseres verklaart aanvankelijk tijdens het nader gehoor dat zij via Telegram is bedreigd en dat het ging om een ingesproken bericht [4] . Later in het nader gehoor verklaart ze dat zij werd gebeld, dat zij heeft opgenomen en dat een man haar bedreigde. Daarna werd een voicemailbericht ingesproken
. [5] In haar zienswijze van 13 mei 2024 wijkt ze hiervan af en zegt dat ze via Telegram meerdere keren is gebeld en dat daarbij voicemailberichten zijn achtergelaten. De minister heeft dit wisselend en daarmee onaannemelijk mogen achten. Daarbij laat de rechtbank in het midden of de minister terecht tegenwerpt dat Telegram geen voicemailfunctie kent, maar uitsluitend de mogelijkheid biedt tot het verzenden van spraakberichten. Niet valt uit te sluiten dat eiseres “spraakbericht” bedoelt als zij spreekt over voicemailberichten. Doorslaggevend is dat de verklaringen die eiseres zelf heeft afgelegd tijdens het nader gehoor en in haar zienswijze onderling niet overeenstemmen. Op de zitting heeft de minister hieraan nog toegevoegd dat eiseres verklaart dat zij in Litouwen een nieuw Telegramaccount heeft aangemaakt. Zij heeft niet kunnen uitleggen hoe de sponsoren haar op dit nieuwe account hebben kunnen bereiken. De verklaring van eiseres dat iemand uit de kleine kring van personen om haar heen dit met de sponsoren moet hebben gedeeld, heeft de minister niet aannemelijk hoeven achten. De minister heeft eiseres daarom niet ten onrechte niet gevolgd in de gestelde bedreigingen via Telegram.
Bedreiging zus van eiseres
10. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat het niet aannemelijk is dat de zus van eiseres door de sponsoren is bedreigd. De minister heeft kunnen tegenwerpen dat de overgelegde aangiftes discrepanties vertonen, nu uit de kopie van de aangifte van september 2025 volgt dat niet eerder aangifte zou zijn gedaan, terwijl eiseres stelt dat ook in januari 2025 aangifte is gedaan. Ook heeft de minister er terecht op gewezen dat uit de aangifte volgt dat er geen audio- of video-opnames van het feit waarvan aangifte wordt gedaan beschikbaar zijn, terwijl eiseres verklaart dat de zus de beelden aan de politie heeft verstrekt. Verder heeft de minister terecht gesteld dat de aangifte niet meer inhoudt dan een weergave van hetgeen de zus heeft verklaard en dat daarmee nog niet vaststaat dat de bedreigingen ook daadwerkelijk zijn geuit. Voorts heeft de minister bij zijn standpunt niet ten onrechte betrokken dat de zus stelt in mei 2022 te zijn benaderd en daarna pas weer in januari 2025. Er zit een lange periode tussen en niet aannemelijk is dat de zus, meer dan drie jaar na het vertrek van eiseres uit Kirgizië, nog steeds bedreigingen zou hebben ontvangen van de sponsoren die geld hebben geleend aan de vriend van eiseres.
Tot slot heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat de camerabeelden bij het werk van de zus weinig duidelijkheid geven over de vraag wie daarop is te zien en wat er wordt besproken. Op de beelden is niet meer te zien dat twee mannen de schoonheidssalon van de zus binnenlopen en kort daarna weer vertrekken. De bedreiging van eiseres wordt daarmee niet onderbouwd. Ook de dreig-sms die de zus stelt te hebben ontvangen, heeft de minister niet geloofwaardig hoeven achten. De minister wees er tijdens de zitting terecht op dat de sms niet herleidbaar is en dat niet duidelijk is wanneer deze zou zijn verstuurd.
Tussenconclusie
11. De minister heeft zich op grond van het voorgaande op goede gronden op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig zijn. Dit onderdeel van het asielrelaas is daarom bij de beoordeling van de zwaarwegendheid van de vrees van eiseres bij terugkeer naar Kirgizië terecht buiten beschouwing gelaten. De beroepsgrond faalt.
Artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw 2000
12. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister niet ten onrechte dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en hiervoor geen goede verklaring heeft. Zij is na haar vertrek uit Kirgizië eerst naar Duitsland gereisd en is daar zwanger geraakt van haar partner die in Nederland in de asielprocedure zit. Zij wist dan ook van het bestaan van de asielprocedure. Na ontdekking van haar zwangerschap tijdens haar verblijf in Litouwen, is zij op 13 juli 2022 Nederland ingereisd. Pas op 29 juli 2022 heeft eiseres asiel gevraagd. Voor zover eiseres stelt eerst ‘te hebben gewikt en gewogen’ of ze asiel wilde aanvragen [6] , verhoudt dit zich niet met de vrees die zij stelt te hebben. Zoals de minister ter zitting ook terecht heeft opgemerkt, wijst dit er meer op dat zij geen asiel zoekt maar bij haar partner wil verblijven. In haar zienswijze van 13 mei 2024 verklaart ze te hebben verwacht automatisch verblijfsrecht te krijgen via haar partner, die ook een asielprocedure doorliep. Toen eiseres ontdekte dat dit niet zo was, aarzelde ze vanwege angst om terug te moeten keren naar Litouwen en vanwege de omstandigheden in het aanmeldcentrum Ter Apel, vooral omdat ze zwanger was. De minister stelt niet ten onrechte dat deze redenen geen verschoonbare verklaring vormen voor de late aanvraag. Van iemand die voor haar leven vreest vanwege bedreigingen mag worden verwacht dat zij zo snel mogelijk haar beschermingsbehoefte meldt. De angst om zich als zwangere te begeven in Ter Apel is begrijpelijk, maar ontslaat haar niet van haar plicht om zich meteen te melden. Dit geldt ook voor zover eiseres de verwachting had een afgeleid verblijfsrecht te krijgen via haar partner. Daarmee voldoet eiseres niet aan het bepaalde in artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw 2000. De beroepsgrond faalt.
Heeft de minister ten onrechte geen reëel risico op ernstige schade aangenomen?13. Eiseres betoogt dat de minister miskent dat eiseres pas problemen kreeg nadat haar vriend was vertrokken en de sponsoren haar contactgegevens hadden. Haar tijdelijke verblijf in de hoofdstad Bisjkek was redelijk veilig. Het besluit houdt geen rekening met deze feiten en het oordeel is daarom onzorgvuldig.
13.1
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiseres bij terugkeer naar Kirgizië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het feit dat eiseres uit Kirgizië komt, is op zichzelf onvoldoende om dit risico aan te nemen. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat eiseres de dreiging van de sponsoren niet aannemelijk heeft gemaakt.
Motivering besluit over Dublin-problematiek in Litouwen
14. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt afgewezen , omdat het besluit onvoldoende ingaat op haar angst voor terugkeer naar Litouwen binnen de Dublin-procedure.
14.1
De rechtbank merkt op dat deze beroepsgrond niet slaagt omdat het besluit in deze zaak geen Dublinbesluit is.
Verzoek om uitstel om medische redenen
15. Eiseres voert aan dat haar verzoek om uitstel van vertrek om medische redenen onvoldoende gemotiveerd is afgewezen, terwijl zij in behandeling is en haar gezondheid verslechtert. Eiseres wijst in dit verband op recente medische verklaringen. [7]
15.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek op medische gronden in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. De rechtbank constateert dat de minister bij zijn beslissing van 24 oktober 2025 alle bekende documenten heeft meegewogen en duidelijk heeft toegelicht waarom aan eiseres geen uitstel van vertrek is verleend. Dit is gebaseerd op de overgelegde uitdraai van consulten bij de GZA over de periode van 17 april tot 1 september 2025. Daaruit blijkt wel dat eiseres klachten heeft, maar niet dat zij onder behandeling is. Deze motivering is voldoende. De documenten die eiseres tijdens deze beroepsprocedure heeft ingediend, dateren van ná het bestreden besluit van 24 oktober 2025 (namelijk van 18 december 2025 en 22 december 2025). Deze documenten tonen overigens evenmin aan dat zij momenteel onder behandeling staat. Uit de documenten kan niet meer worden opgemaakt dan dat eiseres last heeft van angst- en paniekaanvallen, is doorverwezen naar een psycholoog en twee intakegesprekken heeft gehad. Eiseres staat het vrij een nieuw verzoek tot uitstel om medische redenen in te dienen, indien zij daadwerkelijk onder behandeling komt te staan en Nederland gedurende die behandeling niet kan verlaten.

Conclusie en gevolgen

16. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de minister haar asielaanvraag mocht afwijzen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. El-Amrani, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Rb. Den Haag (zp. Rotterdam) 10 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12756.
2.Richtlijn 2011/95.
3.Eiseres wijst op de overgelegde verklaring van haar zus van 24 augustus 2025, screenshots van camerabeelden van 24 augustus 2025, een kopie van een aangifteformulier van 15 september 2025 en een kopie van het identiteitsdocument van haar zus en een foto van een vliegticket.
4.Verslag nader gehoor, pagina 9.
5.Verslag nader gehoor, pagina 19.
6.Verslag nader gehoor, pagina 4.
7.Eiseres wijst op de medische behandelverklaringen van een pedagoog van Carins van 18 december 2025 en van PsyValens van 22 december 2025.