Uitspraak
1.[eisende partij 1] ,
2.
[eisende partij 2],
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers ontruiming van de woning en betaling van een aanzienlijke huurachterstand door gedaagde. Gedaagde huurt sinds juni 2020 een woning en heeft een huurachterstand van vijf maanden opgebouwd. Eisers stellen dat ondanks herhaalde pogingen tot overleg en melding bij de gemeente, gedaagde niet heeft betaald en geen gehoor heeft gegeven.
De kantonrechter beoordeelt dat de huurachterstand van vijf maanden voldoende is om ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure te rechtvaardigen. Gezien het spoedeisend belang en de vaste jurisprudentie wordt de ontruiming toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden de vorderingen tot betaling van achterstallige huur, wettelijke rente, warmtekosten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst en algemene voorwaarden geen oneerlijke bedingen bevatten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. W.E. Povel op 14 april 2026.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, rente, warmtekosten, incassokosten en proceskosten.