ECLI:NL:RBDHA:2026:11106
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inschrijving in het RNI en verzoek tot inschrijving op gemeentelijk briefadres
Verzoekers zijn door de gemeente ingeschreven in het Register Niet-Ingezetenen (RNI) met terugwerkende kracht vanaf 15 augustus 2025, nadat zij niet langer op het laatst bekende adres verbleven en geen nieuw woonadres hadden opgegeven. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om het besluit te schorsen en hen in te schrijven op een gemeentelijk briefadres, mede vanwege hun twee minderjarige kinderen.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder mag verlangen dat verzoekers duidelijkheid verschaffen over hun verblijfplaats om te kunnen beoordelen of inschrijving op een briefadres mogelijk is. Verzoekers weigerden echter de benodigde informatie te verstrekken, waaronder het invullen van het formulier tot hervestiging, omdat zij de inschrijving in het RNI onrechtmatig achten.
Hoewel het belang van een woon- of briefadres wordt erkend, moet het ontbreken van openheid over de verblijfplaats voor rekening en risico van verzoekers komen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om verweerder op te dragen tot inschrijving op een gemeentelijk briefadres. Tevens is de voorzieningenrechter onbevoegd om te oordelen over het verzoek om verbod op vernietiging of verkoop van de inboedel.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, zonder toekenning van griffierechtvergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen inschrijving in het RNI en voor inschrijving op een gemeentelijk briefadres wordt afgewezen.