Partijen zijn gezamenlijk gezaghebbende ouders van een minderjarige. De moeder beheert het paspoort van het kind en de vader verzocht om vervangende toestemming voor het aanvragen van een identiteitskaart, zodat beide ouders over een geldig identiteitsbewijs beschikken en niet van elkaar afhankelijk zijn.
De moeder verzette zich tegen het verzoek, stellende dat een identiteitskaart onnodig is en vreest dat de vader zonder haar toestemming met het kind naar het buitenland zal reizen. De rechtbank overweegt dat het belang van het kind gediend is met een identiteitskaart, omdat dit de afhankelijkheid tussen ouders vermindert en het kind zich kan identificeren bij de vader.
De rechtbank constateert dat de vader het paspoort inmiddels aan de moeder heeft teruggegeven, waardoor het verzoek van de moeder om het paspoortbeheer aan te passen komt te vervallen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af.