Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11153

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
9 mei 2026
Zaaknummer
C/09/696554 / FA RK 25-9705
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming en verdeling zorg- en opvoedingstaken voor zomervakantie 2026

De moeder verzocht de rechtbank om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen voor de zomervakantie 2026, waarbij de minderjarige in week 32, 34 en 35 bij haar verblijft, en om vervangende toestemming te geven voor een vakantie naar het buitenland van 17 tot 30 augustus 2026.

De vader voerde verweer, onder meer vanwege zorgen over de situatie bij de moeder, het ontbreken van concrete reisgegevens en de angst dat de moeder onder invloed van alcohol zou rijden. Ook bracht hij de wens van de minderjarige naar voren om niet mee te gaan op vakantie met de moeder.

De rechtbank oordeelde dat de zorgen van de vader onvoldoende waren onderbouwd en dat er geen aanwijzingen waren dat de veiligheid van de minderjarige in het geding was. De uitlatingen van de minderjarige werden gezien als een loyaliteitsconflict, waardoor zijn wens niet doorslaggevend mocht zijn. De rechtbank gaf de moeder toestemming en legde vast dat zij de concrete reisgegevens na boeking aan de vader zal verstrekken.

De proceskostenveroordeling werd afgewezen en iedere partij draagt haar eigen kosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en verleent vervangende toestemming voor de vakantie met de minderjarige naar het buitenland in de zomervakantie 2026.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9705
Zaaknummer: C/09/696554
Datum beschikking: 8 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming vakantie

Beschikking op het op 19 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Boudrad te Gilze.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
- het F9-formulier van de moeder van 6 januari 2026, met bijlagen;
- het F9-formulier van de moeder van 24 maart 2026, met bijlagen.
De [minderjarige] heeft zich tijdens een gesprek in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 25 maart 2026 heeft een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] (C/09/692190 / JE RK 25-1675). Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de stiefmoeder;
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling.
Op het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is bij afzonderlijke beschikking beslist.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, in die zin dat [minderjarige] bij de moeder zal zijn in week 32, 34 en 35 van de zomervakantie 2026;
- vervangende toestemming te geven voor het meenemen van [minderjarige] door de moeder voor de zomervakantie in [land] van 17 augustus 2026 tot en met 30 augustus 2026;
- de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats].
- De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
- Bij beschikking van 6 november 2025 van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 7 mei 2026 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming vakantie
Wettelijk kader
Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt om een verdeling van de zomervakantie vast te stellen en vervangende toestemming te geven voor een reis naar [land]. Op dit moment geldt er een week-op-week-af-regeling en zijn er nog geen afspraken over de verdeling van de vakanties. Er is wel een concept-ouderschapsplan waarin staat dat [minderjarige] in de zomervakantie twee aaneengesloten weken bij iedere ouder zal verblijven. De vader heeft dit ouderschapsplan nog niet ondertekend, maar heeft wel aangegeven dat hij het in beginsel eens is met deze verdeling. De moeder wil in de zomervakantie graag twee weken op vakantie naar [land] met haar gezin. Zij heeft de vader verzocht om de benodigde toestemming, maar hij weigert deze te geven. De bezwaren van de vader zijn niet gegrond. Gelet op de kosten kan de moeder pas boeken als zij zeker weet dat zij deze reis kan maken. Hierdoor weet zij nog niet in welke plaats zij concreet zal gaan verblijven, maar zij zal de vader daarvan op de hoogte stellen, zodra zij iets heeft geboekt. Er zijn ook geen zorgen over de veiligheid van [minderjarige] bij de moeder. Zij zal geen alcohol drinken als zij moet rijden en [land] is een veilig land. De opmerking van [minderjarige] dat hij niet op vakantie wil met de moeder, omdat hij verwacht dat dit saai zal worden en dat er veel ruzie zal zijn, moet worden gezien in het licht van het loyaliteitsconflict waarin hij zich bevindt.
De vader voert verweer. Hij vindt het verzoek van de moeder te voorbarig gelet op de zorgen van de vader over de situatie bij de moeder. Daar komt bij dat de moeder onvoldoende concrete informatie over de reis en het verblijf heeft aangeleverd. Daarnaast is de vader bang dat de moeder onder invloed van alcohol achter het stuur zal zitten.
Verder is van belang dat [minderjarige] zelf heeft aangegeven dat hij niet twee weken met de moeder op vakantie wil. Er moet naar zijn mening geluisterd worden. Ook geeft de vader aan dat er wat hem betreft een groot verschil is tussen een verblijf van [minderjarige] bij de moeder gedurende twee weken in Nederland of in [land]. Als er iets aan de hand is, kan [minderjarige] bij een verblijf in Nederland sneller naar huis.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en overweegt daartoe als volgt. De vader heeft weliswaar zorgen geuit over de situatie bij de moeder, maar deze zorgen geven naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om de verzochte toestemming te weigeren. Uit het dossier en de betrokkenheid van de hulpverlening komen geen zorgen over de veiligheid van [minderjarige] naar voren die maken dat hij niet met de moeder op vakantie zou kunnen gaan. De rechtbank gaat er bovendien vanuit dat de moeder, zoals zij ook bevestigd heeft, op een verantwoorde manier zal omgaan met het autorijden en het gebruik van alcohol in combinatie met de zorg voor [minderjarige]. De rechtbank overweegt verder dat gelet op het loyaliteitsconflict waarin [minderjarige] zich bevindt, zijn uitlatingen over de vakantie niet de doorslag mogen geven over of hij wel of niet meegaat op vakantie. Het is goed denkbaar dat [minderjarige] onvoldoende emotionele toestemming van de vader voelt om een fijne vakantie met de moeder te hebben. Zolang de vader deze emotionele toestemming niet geeft, zal [minderjarige] in een loyaliteitsconflict blijven verkeren. Dat is schadelijk voor zijn ontwikkeling. De rechtbank gunt het [minderjarige] om op een prettige wijze met beide ouders op vakantie te kunnen gaan en hoopt daarom dat de vader hem daarvoor emotionele toestemming kan geven.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder, zoals zij op zitting heeft voorgesteld, na het boeken van de vakantie de concrete reisgegevens met de vader zal delen.
Proceskosten
De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om over te gaan tot een proceskostenveroordeling en zal dit verzoek van de moeder afwijzen. De rechtbank zal de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats];
in de zomervakantie van 2026 in week 32, 34 en 35 bij de moeder zal zijn;
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – voor de zomervakantie van de moeder met [minderjarige] in [land] van 17 augustus 2026 tot en met 30 augustus 2026;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 april 2026.