Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11286

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/685741 / FA RK 25-3880
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 BWArt. 1:20e lid 1 BWArt. 1:202 lid 1 BWArt. 1:207 lid 1 BWArt. 1:207 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning vaderschap en gerechtelijke vaststelling vaderschap met geslachtsnaamwijziging

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de juridische vader en de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over de minderjarige, geboren in 2025. De vrouw, moeder van het kind, verzocht de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader en de vaststelling van het vaderschap van de man, die instemde met het verzoek. De juridische vader voerde geen verweer.

De rechtbank paste Filipijns recht toe op de ontkenning van het vaderschap, omdat de moeder en de juridische vader de Filipijnse nationaliteit delen. Uit een verwantschapsonderzoek bleek met meer dan 99,99% zekerheid dat de man de biologische vader is, waardoor het vaderschap van de juridische vader werd ontkend. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontkenning, maar de bijzondere curator namens de minderjarige wel ontvankelijk.

Voor de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap paste de rechtbank Nederlands recht toe, omdat de moeder en de man beiden in Nederland wonen. De rechtbank verklaarde de moeder ontvankelijk in haar verzoek en stelde het vaderschap van de man vast, onder de opschortende voorwaarde dat de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader onherroepelijk wordt. Tevens werd de geslachtsnaam van de minderjarige gewijzigd in de naam van de man, conform de gezamenlijke verklaring van de ouders. De bijzondere curator werd ontslagen uit zijn functie.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader gegrond, stelt het vaderschap van de man vast en wijzigt de geslachtsnaam van de minderjarige conform het verzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3880
Zaaknummer: C/09/685741
Datum beschikking: 10 april 2026

Ontkenning vaderschap, gerechtelijke vaststelling vaderschap en geslachtsnaam

Beschikking op het op 10 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw/de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Groen te Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de juridische vader],

de juridische vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

[de man],

de man,
wonden op een bij de rechtbank bekend adres,

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1],

de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. A.A.G. Balkenende, advocaat te Katwijk,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 29 mei 2025 van de vrouw, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 6 juni 2025 van de vrouw, met bijlage;
  • het verslag van de bijzondere curator van 1 juli 2025;
  • het F9-formulier van 18 augustus 2025 van de vrouw;
  • het F9-formulier van 16 oktober 2025 van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 16 oktober 2025 van de bijzondere curator;
  • de instemmingsverklaring van de man van 3 november 2025;
  • het F9-formulier van 4 november 2025 van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 19 januari 2026 van de bijzondere curator.
Op 23 maart 2026 heeft ter zitting van deze rechtbank een
gecombineerde behandelingplaatsgevonden van zowel onderhavig verzoek als het verzoek van de vrouw tot echtscheiding (C/09/680163 / FA RK 25-1071). Op dit laatste verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.
Op de zitting zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk V. Bolt;
  • de man;
  • de bijzondere curator.
De juridische vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt:
ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap:
  • gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [de juridische vader] over [minderjarige];
  • de griffier op te dragen – op grond van artikel 1:20e lid 1 BW – op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van de beschikking – en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente];
ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap:
(onder de opschortende voorwaarde dat voormelde beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in kracht van gewijsde is gegaan):
  • het ouderschap van [de man] ten aanzien van [minderjarige] vast te stellen;
  • vast te stellen dat [minderjarige] de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam]’ zal hebben;
  • de ambtenaar van de burgerlijke stand te [gemeente] te gelasten de latere vermelding van het door de rechtbank vastgestelde ouderschap aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen.
De man heeft ingestemd met het verzoek.
De juridische vader heeft geen verweer gevoerd.
De bijzondere curator verzoekt:
  • gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [de juridische vader] van [minderjarige];
  • zodra [minderjarige] niet meer twee wettig ouders heeft: gerechtelijk vast te stellen het vaderschap van [de man] van [minderjarige];
  • subsidiair: ingeval [de man] [minderjarige] niet binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van de beschikking [minderjarige] heeft erkend, dan wel heeft kunnen erkennen: gerechtelijk vast te stellen het vaderschap van [de man] van [minderjarige].

Feiten

  • De vrouw en de juridische vader zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016 te [plaats], [land].
  • De [minderjarige] is geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1].
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juni 2025 is mr. A.A. G. Balkenende voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [minderjarige] ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
  • Uit het verwantschapsonderzoek van Verilabs van 30 september 2025 blijkt dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99.99% is aangetoond dat de persoon geïdentificeerd als [de man] de biologische vader is van [minderjarige].
- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 april 2026 (C/09/680163 / FA RK 25-1071) is de echtscheiding uitgesproken tussen de vrouw en de juridische vader.

Beoordeling

Ontkenning vaderschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Op grond van artikel 10:93 lid 1 juncto Pro artikel 10:92 lid 1 en Pro 2 BW wordt de vraag of en onder welke voorwaarden het vaderschap van een man kan worden ontkend in beginsel bepaald door het recht dat van toepassing is op het ontstaan van de familierechtelijke betrekking, te weten het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
De moeder stelt dat zij en de juridische vader de Filipijnse nationaliteit gemeenschappelijk hebben, hetgeen ondersteund wordt door de stukken. De rechtbank past daarom het Filipijnse recht toe op het verzoek.
Filipijns recht
Artikel 164 van Pro ‘The family code’ van [land] bepaalt dat tijdens het huwelijk van de ouders geboren kinderen wettige kinderen zijn. [de juridische vader] is vanwege het huwelijk met de vrouw de juridische vader van [minderjarige].
De mogelijkheid tot ontkenning van het vaderschap is in het [land] recht opgenomen. Ingevolge artikel 166 van Pro ‘The family code’ van [land] kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat:
het lichamelijk niet mogelijk was voor de man om in de eerste 120 dagen van de 300 dagen onmiddellijk voorafgaande aan de geboorte van het kind gemeenschap gehad te hebben met de moeder van het kind als gevolg van:
a) impotentie;
b) het feit dat de echtgenoten separaat leefden op zo'n manier dat gemeenschap niet mogelijk was of;
c) ernstige ziekte van de echtgenoot waardoor gemeenschap absoluut verhinderd was;
er medisch bewijs bestaat dat de man onmogelijk de vader van het kind kan zijn (behalve als het kind met behulp van kunstmatige inseminatie is verwekt);
het kind door kunstmatige inseminatie is verwekt en de schriftelijke toestemming of instemming van een echtgenoot was verkregen door fraude, geweld, bedreiging of misbruik van omstandigheden.
Ontvankelijkheid
De rechtbank overweegt dat uit de tekst van bovengenoemd artikel 166 niet Pro expliciet volgt aan welke personen de mogelijkheid wordt geboden een verzoek tot ontkenning van het vaderschap in te dienen. Wel volgt uit artikel 167 van Pro ‘The family code’ van [land] dat de ontkenning van de wettigheid van het kind niet door de moeder kan worden verzocht. Nu een dergelijke beperking voor de minderjarige niet is opgenomen, gaat de rechtbank ervan uit dat [minderjarige] kan worden ontvangen in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap. Daarbij komt dat in artikel 173 van Pro ‘The family code’ van [land] is opgenomen dat een kind om wettigheid kan verzoeken, op grond waarvan de rechtbank aanneemt dat een minderjarige ook de ontkenning van het vaderschap kan verzoeken.
Verder overweegt de rechtbank dat zij geen termijn in acht zal nemen waarbinnen [minderjarige] het verzoek zou moeten hebben ingediend. In voormeld artikel 173 is Pro immers geen termijn opgenomen. De rechtbank verwijst ook naar de uitspraak in de meervoudige kamer van deze rechtbank van 15 augustus 2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:11471).
De rechtbank zal de vrouw gelet op het bepaalde in artikel 167 van Pro ‘The family code’ niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. De rechtbank verklaart de bijzondere curator namens [minderjarige] wel ontvankelijk in het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Voor de vraag in hoeverre de ontkenning naar [land] recht mogelijk is, zal de rechtbank aansluiten bij de vereisten die zijn genoemd in het voormelde artikel 166. Daarbij is het volgende van belang. Uit het verwantschapsonderzoek van Verilabs van 30 september 2025 blijkt dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99.99% is aangetoond dat de persoon geïdentificeerd als [de man] de biologische vader is van [minderjarige]. Dit is medisch bewijs dat de juridische vader onmogelijk de vader van [minderjarige] kan zijn.
Onder deze omstandigheden zal de rechtbank het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader over [minderjarige] toewijzen.
De rechtbank zal het verzoek om de griffier te gelasten een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te zenden afwijzen bij gebrek aan belang, omdat deze verplichting op grond van artikel 1:20e lid 1 BW al uit de wet voortvloeit.
Gerechtelijke vaststelling vaderschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a Rv.
Of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt krachtens artikel 10:97 BW Pro bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
De moeder en de man hebben geen gemeenschappelijke nationaliteit. De moeder en de man hebben wel beiden de gewone verblijfplaats in Nederland. De rechtbank zal daarom Nederlands recht toepassen op het verzoek.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:207 lid 1 BW Pro kan een verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap worden gedaan door de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, of door het kind.
Op grond van artikel 1:207 lid 3 BW Pro wordt het verzoek door de moeder ingediend binnen vijf jaren na de geboorte van het kind of, in geval van onbekendheid met de identiteit van de vermoedelijke verwekker dan wel van onbekendheid met zijn verblijfplaats, binnen vijf jaren na de dag waarop de identiteit en de verblijfplaats aan de moeder bekend zijn geworden.
De moeder heeft het verzoek ingediend binnen de gestelde termijn. De rechtbank zal haar ontvankelijk verklaren in het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:207 lid 1 BW Pro kan het ouderschap van een persoon door de rechtbank worden vastgesteld op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze persoon als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.
De moeder benadrukt haar belang bij gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man in plaats van het vaderschap door de man te laten erkennen. De moeder verblijft in Nederland zonder verblijfstitel. Vanuit [land] zal zij geen ‘verklaring van ongehuwd zijn’ kunnen verkrijgen die nodig is voor een erkenning. Zij kan die verklaring niet krijgen omdat de Nederlandse echtscheiding op [land] niet zal worden erkend. [land] kennen nog steeds geen echtscheiding. De moeder beschikt dus niet over de benodigde [land] stukken om in Nederland [minderjarige] door de man te laten erkennen.
De man heeft verder op de zitting aangegeven dat hij al vanaf voor de geboorte van [minderjarige] betrokken is. In totaal is de man met de moeder acht keer bij de gemeente geweest voor de erkenning van [minderjarige]. Iedere keer is dat niet gelukt. Maar het was de bedoeling om vanaf het begin als juridisch vader van [minderjarige] geregistreerd te staan.
De rechtbank zal in dit geval niet van de vrouw verlangen om de route van erkenning te bewandelen. De gerechtelijke vaststelling vaderschap heeft, in tegenstelling tot erkenning, immers terugwerkende kracht. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap doet in de situatie van [minderjarige] meer recht aan de feitelijke situatie waarbij de man vanaf het begin af aan betrokken was bij [minderjarige] en ook geprobeerd heeft zijn vaderschap juridisch vastgesteld te zien.
Zoals hiervoor reeds overwogen blijkt uit het overgelegde verwantschapsonderzoek van Verilabs van 30 september 2025 dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99.99% is aangetoond dat de persoon geïdentificeerd als [de man] de biologische vader is van [minderjarige]. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW Pro niet is gebleken ligt het verzoek van de moeder – onder de voorwaarde dat de beslissing tot de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – voor toewijzing gereed.
De rechtbank komt hiermee niet meer toe aan het verzoek dat namens [minderjarige] door de bijzondere curator is gedaan, omdat de moeder al ontvankelijk is in haar verzoek.
Het verzoek om de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten de latere vermelding van het door de rechtbank vastgestelde ouderschap aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen, zal de rechtbank afwijzen bij gebrek aan belang. Dit volgt immers reeds uit de wet.
Geslachtsnaam
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a Rv rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige].
Op grond van artikel 10:20 BW Pro worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Dit geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben voor de geslachtsnaam.
Inhoudelijke beoordeling
De gegrondverklaring van de ontkenning van het ouderschap van de juridische vader over de minderjarige heeft, nadat deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, terugwerkende kracht op grond van artikel 1:202 lid 1 BW Pro. De juridische vader wordt geacht nooit de vader van de minderjarige te zijn geweest.
Uit artikel 1:5 lid 2 BW Pro volgt dat indien een kind door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het de geslachtsnaam houdt van de moeder, tenzij de moeder en de man, wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. De rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het vaderschap vermeldt de verklaring van de ouders omtrent de geslachtsnaamkeuze.
De moeder en de man hebben een verklaring naamskeuze ex voornoemd artikel ingediend, door hen ondertekend op 4 november 2025. Zij verklaren gezamenlijk dat [minderjarige] ter gelegenheid van de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam]’ zal dragen.
De rechtbank zal deze beoogde geslachtsnaam in het dictum van deze beschikking opnemen.
Ontslag bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat de vertegenwoordiging van de [minderjarige] door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom ontslaan uit zijn functie.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap;
*
verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:
- [de juridische vader], zonder bekende geboortedatum- en plaats;
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1],
uit:
- [de vrouw], geboren op [geboortedatum 2] 1992 te [geboorteplaats 2], [land];
*
stelt –
onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden– vast het vaderschap van [de man], geboren op [geboortedatum 3] 1991 te [geboorteplaats 3], over voornoemde [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1];
*
stelt vast dat de verklaring van de man en de moeder luidt dat de [minderjarige] de geslachtsnaam van de man zal dragen: ‘[geslachtsnaam]’;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.