Verzoeker, geboren in 1993 in een land in de Palestijnse Gebieden, heeft een verblijfsvergunning asiel in Nederland en verzoekt de rechtbank om zijn staatloosheid vast te stellen. De rechtbank baseert zich op diverse door Bureau Documenten onderzochte en als echt bevonden documenten die de Palestijnse nationaliteit van verzoeker aantonen.
De rechtbank betrekt de relevante landen Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen uit deze gebieden als staatloos worden beschouwd. Daarnaast is op grond van de Syrische nationaliteitswetgeving en het feit dat verzoeker niet voldoet aan de criteria voor het verkrijgen van de Syrische nationaliteit, vastgesteld dat hij ook niet als Syrisch staatsburger kan worden beschouwd.
De rechtbank concludeert dat verzoeker staatloos is en stelt dit vast. Het verzoek om voor recht te verklaren dat zijn nationaliteit staatloos is en als zodanig erkend zal worden door Nederland wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De beschikking is zonder mondelinge behandeling gegeven en uitgesproken op 10 april 2026.