Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11294

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/677376 / FA RK 24-8999
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en toekenning huurrecht echtelijke woning zonder verdeling huwelijksgemeenschap

Partijen zijn gehuwd sinds 1974 en hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank heeft op 3 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen waarbij de man het exclusieve gebruiksrecht van de echtelijke woning kreeg en partneralimentatie aan de vrouw betaalde.

De man verzocht de echtscheiding uit te spreken, het huurrecht van de woning aan hem toe te kennen en de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen. De vrouw verzocht zelfstandig ook de echtscheiding uit te spreken en stelde verweer tegen het huurrecht en de alimentatie.

Tijdens de zitting trok de vrouw haar verzoek tot toekenning van het huurrecht en partneralimentatie in. De rechtbank wijst het huurrecht toe aan de man en laat de verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap buiten beschouwing vanwege het late tijdstip en het ontbreken van concrete verzoeken. De echtscheiding wordt uitgesproken en overige verzoeken afgewezen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, huurrecht woning toegekend aan man, verzoeken tot verdeling huwelijksgemeenschap afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 24-8999 (echtscheiding) / FA RK 25-2528 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/677376 (echtscheiding) / C/09/683022 (verdeling)
Datum beschikking: 10 april 2026

Scheiding

Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. da Silva te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 17 december 2024;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw, ingekomen op 29 januari 2025;
  • het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken van de zijde van de man, ingekomen op 26 maart 2025;
  • het bericht van 4 december 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • het bericht van 8 december 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 11 maart 2026, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • het bericht van 12 maart 2026, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • het bericht van 12 maart 2026 van de zijde van de vrouw.
Op 13 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de man, alsmede de vrouw met haar advocaat. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1974 te [plaats] , [land] .
- Partijen hebben beiden (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 3 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat:
 de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;
 de man aan de vrouw met ingang van 3 februari 2025 voorlopig een partneralimentatie van € 611,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

De man verzoekt de echtscheiding uit te spreken en:
- het huurrecht van de echtelijk woning te [adres] , toe te kennen aan de man;
- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de man,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer tegen het verzoek aangaande het huurrecht van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de vrouw zelfstandig de echtscheiding uit te spreken en:
- ( naar de rechtbank begrijpt:) het huurrecht van de echtelijk woning te [adres]
[adres] , toe te kennen aan de vrouw;
- een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 953,- per maand, althans € 611,- per maand vast te stellen;
- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de vrouw,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken aangaande het huurrecht van de echtelijke woning en de partneralimentatie.

Beoordeling

Echtscheiding
Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn.
Huurrecht echtelijke woning
De vrouw heeft inmiddels een andere woning gevonden. Gelet daarop heeft de advocaat van de vrouw op de zitting namens de vrouw het verzoek ter zake de toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw ingetrokken. Op dit verzoek hoeft de rechtbank dan ook niet meer te beslissen.
Nu niet langer verweer wordt gevoerd tegen het verzoek van de man om het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te kennen, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.
Partneralimentatie
Op de zitting heeft de advocaat van de vrouw namens de vrouw het verzoek tot vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie ingetrokken, zodat hierop niet meer hoeft te worden beslist.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Zoals reeds op de zitting besproken, zal de rechtbank het namens de vrouw bij bericht van 12 maart 2026 gedane verzoek aangaande de verdeling van de inboedel gelet op het late tijdstip van indiening buiten beschouwing laten (de advocaat van de man heeft op de zitting aangegeven dat zij dit verzoek niet meer met de man heeft kunnen bespreken). Voor het overige hebben partijen geen concrete verzoeken ter zake de verdeling gedaan. Partijen lijken het erover eens te zijn dat er – naast de inboedel – niets meer te verdelen valt.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank geen beslissing nemen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Voor zover partijen hun verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap nog handhaven, zullen deze worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1974 te [plaats] , [land] ;
bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte te [adres]
[adres] , en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.