Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11308

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/684227 / FA RK 25-3115
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige afspraken en aanhouding zaak over gezag en omgang minderjarige

De vader en moeder van een minderjarige zijn in een procedure verwikkeld over het gezag en de omgang met hun kind. De vader verzocht om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, maar trok het verzoek tot gezamenlijk gezag in nadat bleek dat hij reeds gezag had.

In aanloop naar de zitting zijn de ouders gezamenlijk tot voorlopige afspraken gekomen over de omgangsregeling, de achternaam van het kind en het herstel van vertrouwen. De rechtbank neemt deze afspraken op in een tussenbeschikking en houdt de zaak pro forma aan, omdat het in het belang van het kind is dat de ouders eerst proberen hun afspraken na te komen.

De ouders zijn tevens verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling via het Uniform Hulpaanbod, met de mogelijkheid om binnen twee weken een verzoek tot verwijzing in te dienen. De omgangsregeling voorziet onder meer in vaste dagen en vakanties bij de vader, met uitbreiding na vier weken. De ouders hebben ook afgesproken dat het kind een dubbele achternaam krijgt.

De rechtbank benadrukt dat bij stagnatie van de hulpverlening of het niet nakomen van afspraken alsnog een beslissing noodzakelijk kan zijn. De beschikking is uitgesproken door kinderrechter A.P. de Klerk op 10 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank neemt voorlopige afspraken over omgang en zorgregeling op en houdt de zaak pro forma aan.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3115
Zaaknummer: C/09/684227
Datum beschikking: 10 april 2026

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 25 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.J. Klock in Haarlem.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Bekooij in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, namens de moeder.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen belast met het gezag over [minderjarige] .

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
- een omgangs- c.q. zorgregeling vast te stellen tussen hem en [minderjarige] :
- Tot 11 juli 2025 (start zomervakantie) hebben de man en [minderjarige] iedere woensdag (van 7:30 uur tot 16:00 uur) en zaterdag (van 10:00 uur tot 16:00 uur) bij de man thuis omgang met elkaar;
- Vanaf 11 juli 2025 tot 19 juli 2025 verblijft [minderjarige] bij de man. Vervolgens verblijft zij tot 9 augustus 2025 bij de vrouw. Van 9 augustus 2025 tot 16 augustus 2025 verblijft [minderjarige] dan weer bij de man;
- Vanaf 18 Augustus 2025 (start nieuwe schooljaar) verblijft [minderjarige] in de even weken van vrijdagochtend 10:00 uur tot zaterdagmiddag 17:00 uur bij de man. In de oneven weken verblijft [minderjarige] vanaf vrijdagochtend tot zondagmiddag 17:00 bij de man;
- De schoolvakanties worden bij helfte verdeeld;
- De man naast de vrouw te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

In aanloop naar de zitting zijn de ouders gezamenlijk tot voorlopige afspraken gekomen ten aanzien van de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] , de achternaam van [minderjarige] en de wijze waarop zij het vertrouwen in elkaar willen herstellen en hoe zij tot nadere afspraken over de zorgregeling willen komen. De ouders verzoeken de rechtbank om de afspraken in een tussenbeschikking op te nemen en de behandeling van de zaak pro forma aan te houden. Mochten partijen er op lange termijn niet uitkomen of mocht de hulpverlening stagneren, zal een beslissing van de rechtbank alsnog noodzakelijk zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is dit in het belang van [minderjarige] en daarom zal de rechtbank deze afspraken opnemen in de beschikking en de zaak aanhouden, zoals verzocht.
De ouders zijn tot de volgende afspraken gekomen:
  • [minderjarige] verblijft op zaterdagen bij de vader van 10 uur tot 18 uur. [minderjarige] wordt dan door de moeder naar de vader gebracht, zij eet daar ’s avonds en de vader brengt haar dan weer naar de moeder;
  • Na vier weken zal deze zorgregeling worden uitgebreid; de vader haalt [minderjarige] één keer in de veertien dagen op vrijdag uit school en zal met [minderjarige] naar sport gaan, waarna hij haar daarna bij de moeder terugbrengt. Ook brengt de vader [minderjarige] op die vrijdagochtend om 8:30 uur naar school;
  • De vader trekt zijn verzoek ten aanzien van het gezamenlijk gezag in omdat gebleken is dat hij naast de moeder ook al is belast met het ouderlijk gezag.
  • Buiten de procedure om hebben partijen afgesproken dat [minderjarige] een dubbele achternaam krijgt waarbij de achternaam van de moeder zal worden toegevoegd. Zij zullen dit samen aan de Dienst Justis verzoeken;
  • Voorts is overeengekomen dat de ouders van de vader de moeder tijdig informeren als er problemen zijn met zijn gezondheid en zullen dan ook aanwezig bij het omgangsmoment. De man zal hierover transparant communiceren met de vrouw.
De voorlopige afspraken lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank verwacht dat de ouders zich hier wel aan zullen houden.
Doorverwijzing uniform hulpaanbod
De ouders hebben ook verzocht om een doorverwijzing voor hulpverlening via het Uniform Hulpaanbod naar het Centrum Jeugd & Gezin in [plaats] . De rechtbank kan echter niet verwijzen naar specifiek het Centrum Jeugd & Gezin. Als de ouders in het kader van ouderschapsbemiddeling naar het CJG verwezen willen worden dienen zij zich voor een verwijzing tot de (praktijkondersteuner van de) huisarts te wenden of rechtstreeks contact met het CJG op te nemen. Wel kan de rechtbank de ouders in het kader van het UHA verwijzen voor een traject Ouderschapsbemiddeling naar Jeugdteams [regio] . Indien de ouders dat wensen dienen zij binnen twee weken na de datum van deze beschikking een verzoek daartoe te doen waarin tenminste ook hun telefoonnummers en e-mailadressen in zijn vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
het gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
15 oktober 2026 pro forma
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.