De rechtbank Den Haag heeft op 10 april 2026 een herstelbeschikking gegeven ter verbetering van de beschikking van 5 maart 2026 in een zaak betreffende de zorgregeling voor twee minderjarigen. De vader verzocht om toevoeging van een maandagmiddagregeling en om beslissingen over zorg tijdens schoolvakanties en feestdagen voor de jongste minderjarige. De moeder en bijzondere curator voerden verweer tegen deze verzoeken.
De rechtbank constateerde dat de maandagmiddagregeling onderdeel was van een eerdere beschikking uit 2020, maar niet expliciet was opgenomen in de beschikking van 5 maart 2026. Dit werd als een kennelijke fout aangemerkt die eenvoudig te herstellen was. Tevens werd vastgesteld dat de zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen doorloopt, met aanpassing van aanvangstijden op schooldagen.
Daarnaast werd het verzoek van de bijzondere curator gehonoreerd om in de herstelbeschikking op te nemen dat zijn werkzaamheden zijn afgerond en hij wordt ontslagen van zijn functie. De rechtbank erkende de complexiteit van de zaak en wees op een hogere vergoedingsregeling voor de bijzondere curator.
De beschikking van 5 maart 2026 is hersteld met toevoegingen over de zorgregeling en het ontslag van de bijzondere curator, en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.