Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 8 april 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen, omdat Litouwen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd, maar de voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld in een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL26.19783), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
De beslissing is gebaseerd op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij de verantwoordelijkheid voor de asielprocedure bij Litouwen ligt. De rechtbank bevestigt hiermee de toepassing van de Dublinverordening en het niet-ontvankelijk verklaren van de asielaanvraag in Nederland.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.