Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoeksterV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 28 augustus 2025 is afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De minister heeft op 23 februari 2026 het bezwaar behandeld en een besluit genomen. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld.