Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11388

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/651307
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opname ouderschapsplan in beschikking in belang minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder tot opname van een ouderschapsplan in de beschikking betreffende hun minderjarige kind. Eerder waren verzoeken van de moeder en vader deels afgewezen, en was een informatieregeling voor de vader vastgesteld.

De moeder overlegde een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan en verzocht dit integraal op te nemen in de beschikking. De vader reageerde niet op de berichten of brieven van de rechtbank, waardoor de rechtbank aannam dat er overeenstemming was en geen verzet tegen opname van het plan.

De rechtbank handhaafde eerdere overwegingen en besloot het ouderschapsplan op te nemen in de beschikking, in het belang van het kind. Het eerdere verzoek van de moeder omtrent de omgangsregeling werd als ingetrokken beschouwd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank neemt het door beide ouders ondertekende ouderschapsplan op in de beschikking en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-5366
Zaaknummer: C/09/651307
Datum beschikking: 31 maart 2026

Opname ouderschapsplan

Beschikking op het op 2 juni 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. J.C.G.J. van der Linden te 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 28 maart 2024 van deze rechtbank is:
  • het verzoek van de moeder om haar met het gezamenlijk gezag te belasten over de minderjarige [minderjarige] afgewezen;
  • het verzoek van de vader om een bijzondere curator te benoemen afgewezen;
  • bepaald dat de vader met ingang van heden de moeder maandelijks per de eerste van de maand schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkelingen van en gewichtige aangelegenheden aangaande [minderjarige] en daarbij zal voegen een goed gelijkende recente kleurenfoto van [minderjarige] , en ook de moeder te informeren op de momenten dat zich dringende situaties voordoen, en is deze informatieregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
  • is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling (in afwachting van het traject omgangsbegeleiding bij [hulpverlener] ) aangehouden tot 1 september 2024 pro forma.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de e-mail van 26 september 2024 namens de moeder;
  • het bericht van 4 november 2024 namens de vader;
  • het bericht van 15 januari 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 19 februari 2025 namens de vader;
  • de e-mail van 19 augustus 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 3 maart 2026, met bijlage, namens de moeder;
  • het bericht van 12 maart 2026, met gewijzigd verzoek, namens de moeder.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Bij het bericht van 3 maart 2026 heeft de moeder een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan overgelegd. In het bericht van 12 maart 2026 heeft de moeder verzocht het ouderschapsplan integraal op te nemen in de beschikking. De vader heeft niet gereageerd op de berichten van de moeder of de brieven van de rechtbank.
Aangezien de vader het ouderschapsplan mede heeft ondertekend, gaat de rechtbank ervan uit dat de ouders overeenstemming hebben bereikt en dat de vader zich niet verzet tegen opname van het ouderschapsplan in de beschikking. De rechtbank zal in het belang van [minderjarige] het ouderschapsplan opnemen in de beschikking. Het oorspronkelijk meer of anders door de moeder verzochte ten aanzien van de omgangsregeling beschouwt de rechtbank als ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:
neemt op de door de ouders getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.